Democratische dictatuur of dictatoriale democratie?

Een illustere onbekende, zonder charisma of ideologie en zonder politieke ervaring, wordt op drie maanden tijd president van de Russische Federatie, een staat die beschikt over duizenden kernwapens.
Het klinkt als de plot van Aldous Huxleys Brave New World, maar in Rusland is dit scenario gewoon de realiteit, met Vladimir Vladimirovitsj Poetin in de hoofdrol. Enkele maanden voor hij in augustus 1999 eerste minister werd, was Poetin zowel voor de buitenlandse als voor de Russische ‘Kremlinwatchers’ nog een illustere onbekende.
Eind december van hetzelfde jaar werd hij president ad interim, toen Jeltsin onverwacht een stap opzij zette. We willen hier even stil staan bij het begin van zijn blitzcarrière. Op die manier zien we een heel politiek bestel aan het werk, dat nog altijd veel zegt over de huidige politiek in Rusland, in het bijzonder over de maakbaarheid van de politiek.

De maakbaarheid van de Russische politiek


Poetin is een product van de oligarchen, de extreem rijke industriëlen die door hun economische macht ook de politieke touwtjes in handen hebben, en meer bepaald van Berezovski. Hij was het die uit naam van ‘de Jeltsinfamilie’ een opvolger voor de zieke en dementerende president zocht. Het belangrijkste was dat de familie na het machtsimperium van Jeltsin haar gang kon blijven gaan of op zijn minst niet te veel tegenstand kreeg. Loyaliteit was daarom het sleutelwoord in de zoektocht naar een opvolger. Diegene die het hoogste ambt van de Russische Federatie in zijn schoot geworpen kreeg, moest loyaal zijn tegenover zijn broodheren. Poetin leek zo iemand te zijn.

Zo toonde hij al in zijn functie als chef van de Federale Veiligheidsdienst (FSB) dat hij erg loyaal was tegenover zijn vroegere superieur, Sobchak. Toen die in juridisch nauwe schoentjes kwam te staan, voerde Poetin een haast militair manoeuvre uit om zijn chef naar Frankrijk te repatriëren en hem zo uit de handen van de Russische jurisdictie te houden. Dit manoeuvre, hoe onbetamelijk dat in onze ogen ook mag zijn, oogstte grote bewondering bij ‘de familie’. Poetin was ook bescheiden en hunkerde eigenlijk niet naar meer macht en zeker niet naar het hoogste ambt van het land. Hij gaf dan ook het perfecte antwoord aan Jeltsin toen deze voor de eerste keer zijn opvolger polste over de plannen van het Kremlin. Poetin antwoordde bescheiden en onzeker dat hij niet wist of hij klaar was voor dit belangrijke ambt.
Uit deze woorden bleek geen gretigheid of machtshonger – en dat was psychologisch heel belangrijk in de ogen van Jeltsin. Wie voorheen te veel liet blijken dat hij presidentiële ambities had, werd zonder slag of stoot ontslagen. Dat lot ondergingen bijvoorbeeld de eerste ministers Chernomirdyn en Primakov. Naast loyaliteit en bescheidenheid was er ook nog aandacht nodig voor een hachelijke praktische zaak. Jeltsin (en zijn familie) moest immers wanneer hij met pensioen ging juridische immuniteit krijgen voor daden gesteld tijdens zijn ambtsperiode. Poetin werd uitgehoord of hij hieraan wilde meewerken. Dat betekende in de praktijk dat Vladimir Poetin bereid moest zijn de Russische juridische instellingen politiek te beïnvloeden en dus een lachertje te maken van de scheiding der machten, een van de pijlers van een westerse democratie. Zo werkte (en werkt) nu eenmaal het Russische politieke bestel.

Toen er eenmaal een kandidaat als opvolger voor Jeltsin was geselecteerd, doemde een tweede moeilijkheid op: hem ‘democratisch’ door de bevolking laten verkiezen. Op enkele maanden tijd moest Poetin de meerderheid van de stemmen van de Russische bevolking krijgen. Hoe zou dit in zijn werk kunnen gaan met iemand die zelfs door specialisten als Mister Nobody werd bestempeld? Vier elementen hebben hierin een belangrijke rol gespeeld.

Allereerst beschikten de oligarchen, en opnieuw valt hier de naam van Berezovski maar ook van Gusinski, over het monopolie van de media. Zij konden iemand maken of kraken. Alle registers werden opengetrokken om Poetin tot bij de gewone Rus te brengen. Hier leerde Poetin hoe machtig de media in Rusland waren – een les die hij in zijn ambtstermijn niet zou vergeten. Tevens leerde hij alles over het politieke kompromat, compromitterend materiaal waarmee je iemand kunt intimideren en afpersen. Ten tweede werd er een beweging opgericht die door het Kremlin werd georchestreerd. Het ging hier om ‘Eenheid’ (Jedinstvo) of ‘Beer’(Mjedvjed), naar het symbool dat deze beweging in haar vaandel draagt. Tegelijkertijd, en dat is een derde verklaring voor Poetins opkomende populariteit, schuimde Berezovski het land af om de gouverneurs aan de kant van ‘Eenheid’ te krijgen.
Meteen ook een les voor Poetin dat de macht van de gouverneurs niet te onderschatten was. Ten vierde speelde de hervatte oorlog in Tsjetsjenië een rol in Poetins race naar het Kremlin. In augustus en september 1999, toen Poetin tot eerste minister werd benoemd, werd Rusland opgeschrikt door een tiental bomexplosies, tot in het hart van Moskou toe. Het Kremlin wees onmiddellijk en zonder onderzoek naar Tsjetsjenië. Dit tastte het veiligheidsgevoel van de Moskovieten zodanig aan, dat zij een nieuwe campagne tegen de opstandige republiek steunden.
De tweede oorlogscampagne werd ook mee mogelijk gemaakt door een inval van extremistische Tsjetsjenen onder leiding van de krijgsheren Sjamil Basajev en Saoedi Khattab in het naburige Dagestan. Deze extremistische opstandelingen verklaarden dat zij daar een islamitische staat wilden installeren. De angst en de hierdoor aangewakkerde xenofobie van de Russische bevolking resulteerden in een roep naar een harde, trefzekere hand in het Kremlin. De roep om een ‘Russische Pinochet’, zo populair toen wijlen generaal Lebed een rol speelde in de Moskouse politiek, werd alleen maar versterkt.

Op basis van deze vectoren van populariteit vatte het Kremlin in januari 2000 de parlementsverkiezingen aan. Tot ieders verbazing werden alle verwachtingen van het Kremlin ingelost. Net als bij de verkiezingsstunt van Jeltsin in juni 1996 slaagde het Kremlin, met Berezovsky als voornaamste spin doctor, er in om zijn beweging en onrechtstreeks zijn kandidaat een mooie score te laten halen. Eenheid scoorde uitermate goed. Omdat Poetin de beweging officieel steunde, kwam hij in een zetel terecht om verkozen te worden tot president van de Russische Federatie.
Poetin weigerde principieel campagne te voeren, daarvoor was hij naar eigen zeggen te veel begaan met zijn werk als eerste minister. Het kwam er nu op aan niet te lang te talmen en gebruik te maken van de grote populariteit van Eenheid en in het bijzonder van Poetin om hem tot president te laten verkiezen. De verkiezingen waren gepland voor juni 2000, maar werden vervroegd naar maart. En opnieuw lukte het opgezette spel!
Tegenkandidaten als de burgemeester van Moskou, Joeri Luzhkov, en de ex-premier Jevgeni Primakov trokken zich op het laatste moment uit de verkiezingsstrijd terug, omdat ze die als een verloren zaak zagen. Meer nog, ze zouden al snel aansluiting zoeken bij Poetins beweging. Poetin won de verkiezingen in de eerste ronde met 53 procent van de stemmen.

Zoals hierboven aangetoond is Poetin dus het product van een kleine groep mensen die hem achter de schermen in het hoogste politieke ambt hebben gekatapulteerd. Dit spreekt boekdelen over de maakbaarheid van de Russische politiek. Hoe is zoiets mogelijk? Om dat te verklaren, moeten we stilstaan bij de Russische politieke traditie. Twee denksporen worden hier ontwikkeld. Het eerste is een redelijk algemene vaststelling in verband met de houding van kiezers bij verkiezingen en is eigenlijk niet specifiek voor Rusland. Het gaat onder meer over de hoop dat verkiezingen veranderingen met zich mee zullen brengen. De tweede stelling is wel degelijk specifiek voor Rusland en raakt aan een essentieel thema in de geschiedenis van de periode van na de perestrojka.

De hoop op verandering


Net als zijn voorganger Michail Gorbatsjov was Boris Jeltsin wel populair in het Westen, maar niet geliefd aan het thuisfront. Na de coup van augustus 1991, waarbij Jeltsin theatraal van op een tank de aanstichters naar de gevangenis stuurde of tot zelfmoord dreef, was hij zowel in Rusland als in het Westen enorm populair. Hij was immers de verdediger van wat een prille Russische democratie kon worden. Pas toen Jeltsin de economische hervormingsplannen van Jegor Gaidar doorvoerde, werd het duidelijk hoe zwaar de sociale gevolgen voor de Russische bevolking waren.
Door het loslaten van de prijzen werd op een bepaald moment zelfs gevreesd voor hongersnood in de hoofdstad. Dit vertaalde zich onmiddellijk in een sterke daling van Jeltsins populariteit. Toen zijn conflict met het toenmalige parlement, dat toen nog Opperste Sovjet heette, in 1993 maar niet opgelost raakte, mondde het bewind van Jeltsin uit in lethargie: Rusland werd een staat waar weinig of niets gebeurde en waar de bevolking op haar honger bleef wat betreft daadwerkelijke hervormingen. Jeltsins populariteit zakte hiermee naar een dieptepunt.
De kans op een herverkiezing in 1996 werd dan ook zo klein ingeschat dat hardliners binnen het Jeltsinkamp onder leiding van Korzjakov opperden om de verkiezingen niet te laten doorgaan. Maar dat was buiten de groep van zeven oligarchen gerekend. Zij zorgden voor een verkiezingsstunt. Met de steun van hun kapitaal lieten ze de verkiezingspolls in enkele maanden tijd in het voordeel van Jeltsin uitdraaien. Maar van een langdurige populariteit van de president was geen sprake. Jeltsin was bovendien meer ziek (en dronken) dan dat hij daadwerkelijk aan het roer van zijn land stond. Op die manier verdween de politieke drive van het regime. De beurscrash van 1998 betekende de doodsteek. Het was nu enkel nog wachten op een opvolger…

Ondanks zijn moedige optreden tijdens de augustuscoup van 1991 heeft Jeltsin daarna zowat alles weer verbrod. Hij veroorzaakte een politieke chaos die zijn weerga niet kende. Corruptie, machtsmisbruik en politieke intrige waren schering en inslag. De deelstaten eisten steeds meer rechten op, sommige chanteerden het centrum of dreigden met onafhankelijkheid, zoals de Tsjetsjeense Republiek dat deed. En de gewone man of vrouw in de straat wist niet wat te denken, onder andere door een gebrek aan degelijke informatie en uit ontgoocheling. De economische malaise, het besef van chaos en het verlies van nationaal en internationaal aanzien zorgden voor een roep naar verandering. Het was alsof er maar één mogelijkheid was: ‘weg met Jeltsin!’ De tolerantiegrens was bereikt en Jeltsin werd daarvoor persoonlijk verantwoordelijk gesteld. Verandering betekent verbetering, zo werd geredeneerd, want slechter kon het ook niet gaan.

Uit deze redenering spreekt tegelijk boosheid en naïviteit. Is het niet naïef om aan te nemen dat elke verandering wel degelijk een verbetering inhoudt? Zou de opvolger van Jeltsin alle problemen wel kunnen of willen oplossen? En hoe reageren boze kiezers? Proteststemmers volgen dikwijls eigenaardige redeneringen, die vaak uitmonden in perverse verkiezingsresultaten (al is dat niet uniek voor Rusland, ook in Vlaanderen kunnen politicologen daar wel iets over zeggen). Veel Russen stelden openlijk dat ze genoeg hadden van ‘de democratie’. Ze waren duidelijk bereid om een deel van hun vrijheid in te ruilen voor orde en veiligheid.
Deze gemoedsstemming doet sommige commentatoren een vergelijking maken tussen de Duitse Weimarrepubliek uit de jaren 1920 en 1930 en het huidige Rusland. De Weimarrepubliek wordt dan gelijkgesteld met het regime van Jeltsin. We weten allemaal wat op Weimar volgde en dat voorspelt dus niet veel goeds voor het bewind van Poetin. Maar we moeten hier wel meteen aan toevoegen dat historische vergelijkingen altijd mank lopen en dat de geschiedenis zich NIET herhaalt. Het klopt wel dat er in Rusland sprake is van een gefrustreerde maatschappij en een bevolking die niet van de economische groei profiteert, een volledige beheersing van de media en aangewakkerde haat tegenover vreemdelingen, voornamelijk Kaukasiërs en Chinezen. Maar Poetin verdedigt geen xenofobe ideologie, doodgewoon omdat hij geen ideologie heeft. En hij beschikt al evenmin over het charisma dat de leider van het Derde Rijk wel had.
Hij heeft ook geen betrouwbaar en goed getraind leger, wel een erg gehoorzaam en groot leger. Ten slotte is de Federale Veiligheidsdienst FSB geen monopolistische organisatie. Ik betwijfel ook ten stelligste of de FSB mag vergeleken worden met de politieke politie die de KGB was en, om de historische vergelijking met Duitsland verder te trekken, met de Gestapo of de SS. Het hoeft dus allemaal niet zo een vaart te lopen.

Wat we tot nu toe hebben aangetoond is ten eerste dat de politiek in Rusland maakbaar is en dat het systeem eigenlijk vergeleken kan worden met een oligarchie. Ten tweede kunnen we stellen dat de democratie – als je daar al van kunt spreken – van een zeer bijzondere aard is. Het is een ‘imitatiedemocratie’, een gemodelleerde democratie waarbij enkele uitwendige karakteristieken zijn geleend van een westerse democratie, die zeer duidelijk niet doorleefd zijn. Verkiezingen die zodanig gemanipuleerd kunnen worden als we hierboven beschreven hebben, getuigen niet van een volwassen democratisch staatsbestel. Bovendien is het principe van Montesquieu van de trias politica of scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht en het (Amerikaanse) systeem van checks and balances in Rusland een lachertje.
Daarvan getuigen niet alleen de politieke intriges, maar bijvoorbeeld ook het inperken van de vrijheid van de massamedia en de Yukos-affaire. Maar misschien moeten we ook onszelf hier op de borst kloppen en ons afvragen of het Westen in de jaren 1990 wel het juiste beleid heeft gevoerd tegenover Rusland. Er werd toen angstvallig een anticommunistische koers gevaren. Er werd een cordon sanitaire rond de linkse partijen van Rusland gelegd en er werd met zeer hoge inzet gewed op het enige democratische paard in de race, namelijk Jeltsin. De essentiële vraag a posteriori is of een democratisch bestel van buitenaf kan worden opgelegd. Een vraag waarover niet alleen de huidige Amerikaanse regering zich moet bezinnen, maar waarover ook wij diep moeten nadenken.

De schaduw van het verleden


Naast het feit dat het Russische kiespubliek boos en naïef naar verandering verlangde, is er nog een belangrijke verklaring waarom een individu als Poetin met wortels in de KGB in een staat als Rusland zo gemakkelijk aan de macht kon komen. Rusland heeft nooit afgerekend met het sovjetverleden! Deze stelling wordt ontwikkeld op basis van werk van historici die zich voornamelijk bezighouden met de geschiedenis van het stalinisme en meer bepaald met de geschiedenis van de goelag (een afkorting van de naam van de centrale leiding van de strafkampen). Ik denk hierbij aan auteurs als de Nederlandse historica Nancy Adler en de New Yorkse historica/journaliste Anne Applebaum.
Maar ook aan het werk van Antjie Krog over de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie en aan Hannah Arendt die schreef over het Eichman-tribunaal en aan haar beroemde uitspraak over ‘de banaliteit van het kwaad’. Nergens, en het risico van een provocatieve overstatement wordt genomen, maar nergens is het geweld zo banaal en gratuit geweest als in de Sovjet-Unie. En Rusland is nooit met die geschiedenis in het reine gekomen. Beulen van het stalinistische regime leven naast hun slachtoffers in één ‘grote zone’. Nooit zijn de verantwoordelijken of verantwoordelijke organisaties voor dit onmenselijke lijden ter verantwoording geroepen. Integendeel, Dzerzjinski, een van de eerste breinen van het systeem van de goelag, kreeg onder het bewind van Poetin zijn standbeeld voor de Loebjanka in Moskou terug.
Alleen de organisatie Memorial tracht het leven en het lijden in de goelag in het publieke debat te houden. Maar dikwijls botst zij op een muur van onbegrip en nonchalante onwetendheid. Poetin zelf houdt zich altijd op de vlakte wanneer hij wordt aangesproken op het verleden van de organisatie waarvoor hij zo lang werkte en waar hij zo trots op is.

Zou het kunnen dat juist iemand van de KGB zo gemakkelijk het hoogste ambt kan bemachtigen omdat er nooit een historisch debat is geweest over het stalinistische verleden en het criminele bewind van de Sovjet-Unie – ik denk hierbij spontaan even aan het misbruik van de psychiatrie om politieke redenen? Er zijn toch wel vragen te stellen bij de populariteit van Poetin en de achtergrond van deze man. Het is toch ondenkbaar dat iemand met een duidelijk SS-verleden president van Duitsland wordt. Maar Duitsland heeft dan ook zijn processen van Nürnberg gehad en kende in de jaren 1970 en 1980 zijn Historikerstreit. Duitsland, een van de meest democratische staten in het Europa van de eenentwintigste eeuw, wordt nog altijd geconfronteerd met een zeer ongemakkelijk gevoel als het gaat over de kanker van de Tweede Wereldoorlog. Is het niet begrijpelijk dat een symbool als Nelson Mandela net na het apartheidsbewind president werd? Rusland lijkt ons nog altijd een erg schizofrene staat, die zonder verwerking van het verleden geen plaats in de toekomst kan vinden. Dat gegeven speelt een dominerende rol in de hedendaagse politiek van de Russische Federatie.

Als we deze redenering nog even doortrekken, kunnen de oorlogsmisdaden die in Tsjetsjenië onbestraft doorgaan op dezelfde hoogte gesteld worden. Rusland kent een heel hoge tolerantie tegenover van geweld en de daders worden ongemoeid gelaten. En het blijft niet bij Tsjetsjenië alleen. In het leger, de weeshuizen, de gevangenissen, kortom in alle instellingen met diepe sovjetwortels, is structureel geweld schering en inslag. Westerse mensenrechtenorganisaties wijzen voortdurend op dit structurele geweld, maar over de oorzaak van dit geweld blijven ze vager. Volgens mij bestaat dit geweld, en ook de politieke traditie zoals ze zich in Rusland voordoet, omdat er geen historisch debat is gevoerd over de misdaden van het sovjetbewind. Bij de instorting van de Sovjet-Unie was er geen morele autoriteit die zowel de schuldvraag als de poging tot verzoening in goede banen kon leiden, zoals Desmond Tutu dat wel kon in Zuid-Afrika. Sacharov is te vroeg gestorven! Wat overblijft in Rusland is een hybride samenleving waarin sovjettradities samengaan met een imitatiedemocratie. Daarom is het ook zo moeilijk om een oordeel te vellen over het bewind van Poetin. Staat hij nu aan het hoofd van een ‘democratische dictatuur’ of van een ‘dictatoriale democratie’? De geschiedenis zal hierover oordelen, of beter, toekomstige Russische morele leiders, waar die zich op de dag van vandaag ook mogen bevinden!

Joris Van Bladel is doctor in de letteren en promoveerde in 2004 op het thema van de Russische soldaat in het huidige Russische leger aan de universiteit van Groningen. Hij werkt nu aan een biografie van Vladimir Poetin.
joris.van.bladel@telenet.be

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.