Koning Thailand pleit voor economie van het genoeg

Het heeft niet veel zin om te fulmineren tegen de globalisering. Belangrijker is te zorgen voor een voldoende dosis zelfredzaamheid. Zo zou je in een notendop de filosofie van de Thaise koning Bhumibol Aduljadei kunnen samenvatten. Het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) nam die ideeën als uitgangspunt voor haar Rapport over Menselijke Ontwikkeling 2007 over Thailand.
De voorbije decennia boomde de Thaise economie en het gemiddelde inkomen verzevenvoudigde. Maar die groei ging gepaard met grote sociaal-economische ongelijkheid, snelle degradatie van de natuur, hoge druk op de gemeenschap en het gezin en het groeiende gevoel bij mensen dat ze de controle over hun leven en over hun toekomst kwijtraakten.
Koning Bhumibol ontwierp een alternatief ontwikkelingsmodel, vertrekkende van de noden op het platteland en bij de bedreigde boerengemeenschappen. In het noordoosten bijvoorbeeld teelden de kleinschalige boerengemeenschappen cashcrops bestemd voor export. Ze hadden geen eigen voedselmarkten en werkten zich steeds dieper in de schulden. Koning Bhumibol startte met hen een project dat dit groeimodel verlaat.
De boeren begonnen met lokale gewassen te telen om in hun eigen behoeften te voorzien. Twintig jaar later is dit pilootproject uitgegroeid tot een netwerk met meer dan honderdduizend deelnemers en een uitstraling tot ver buiten de regio.
Meer dan drieduizend “koninklijke projecten” werden gelanceerd om ontwikkelingskansen te creëren voor kleine boeren, met zelfredzaamheid als sleutelgedachte. Dit betekent in eigen onderhoud kunnen voorzien met hulpbronnen van eigen bodem, maar het betekent ook weerbaarheid tegen risico’s van binnenuit of van buitenaf –stijgende prijzen, natuurrampen, epidemieën en mislukte oogsten.
Zelfredzaamheid slaat zowel op de kracht van de lokale gemeenschap, als op het netwerk dat de gemeenschap met de buitenwereld verbindt. Het eigene aan de aanpak van koning Bhumibol is dat hij de opgezette projecten ook grondig bestudeerde en evalueerde. Dit resulteerde in een set van levensprincipes, gebaseerd op sufficiëntie, doorzettingsvermogen, ethisch besef en tolerantie als diepere spirituele waarden. Tegelijk baseert het model zich ook op praktische inzichten.
Sufficiëntie is in wezen een centraal begrip in het boeddhisme en betekent ‘de juiste maat, niet te veel en niet te weinig’. Het gaat om vinden van het evenwicht tussen interne hulpbronnen en buitenlandse druk, tussen de noden van de mensen aan de basis en de imperatieven van de globale economie.
Omdat die aanpak ook een mentaliteitsverandering veronderstelt en koning Bhumibol veel belang hecht aan leerprocessen, behoren de basisbeginselen van de sufficiëntie-economie voortaan tot de eindtermen van het onderwijs in Thailand. Het nationale vijfjarenplan 2007-2011 is ook gebaseerd op de sufficiëntie-economie. (adw)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.