"Misdragingen tijdens Gaza-oorlog waren gepland"

Een intern onderzoek naar misdragingen door Israëlische soldaten tijdens de oorlog in Gaza werd verrassend snel afgehandeld, maar uitlatingen door bevelhebbers voor de oorlog wijzen erop dat de excessen gepland waren volgens de zogenaamde “Dahiyah-doctrine”.
Het onderzoek van de militaire politie naar de misdragingen van Israëlische soldaten tijdens de oorlog in Gaza werd begin deze maand al na elf dagen gesloten. Het Israëlische leger (IDF) was gedwongen tot dat onderzoek nadat de Israëlische krant Haaretz getuigenissen publiceerde van soldaten waarin ze vertelden  hoe de troepen moedwillig ongewapende Palestijnen beschoten en gebouwen vernielden. Ze hadden het onder meer over het neerschieten van een oude vrouw  en moeder met twee kinderen. Verschillende soldaten vertelden ook hoe ze huis na huis innamen door iedereen neer te schieten die ze tegenkwamen.

In een persbericht deed Militair Advocaat-Generaal Avichai Mendelblit de verhalen af als “van horen zeggen” – de soldaten zouden het niet met eigen ogen gezien hebben. Maar mensenrechtenorganisaties als B’Tselem, Yesh Din  en Dokters voor Mensenrechten dienden hem van antwoord in een gezamenlijke verklaring, waarin ze stelden dat “het snelle afsluiten van het onderzoek tot de verdachtmaking leidt dat het leger het onderzoek enkel heeft geopend om de eigen handen van alle onschuld te wassen.”

Bovendien, stellen de organisaties, lag de focus van het onderzoek volledig bij de misdragingen van individuele soldaten, terwijl eerder de algemende teneur van de militaire acties zou moeten onderzocht worden.

Dahiyah-doctrine



“De getuigenissen tonen nog maar eens aan hoe brutaal de Israëlische interventie verliep”, zegt Valentina Azarov van HaMoked, een mensenrechtenorganisatie in Oost-Jeruzalem. “De operaties waren onderdeel van de militaire strategie die ‘Dahiyah beleid’ genoemd wordt: willekeurig doden en het gebruik van excessief geweld.”

Volgens Azarov werd die strategie moewillig uitgedokterd door het IDF. Ze werd genoemd naar Dahiyah, een wijk van Beiroet die in 2006 zwaar gebombardeerd werd. Een beschrijving van de doctrine verscheen voor het eerst in een interview met IDF-bevelhebber van de noordelijke troepen Gadi Eizencout in de Israëlische krant Yedioth Ahronoth. In het interview heeft Eizencout het over de bereidheid van Israël om een militaire strategie te gebruiken die gebaseerd is op machtsvertoon en het viseren van burgerdoelwitten. “Wat met Dahiyah gebeurde in 2006 zal met elk Palestijns dorp gebeuren van waaruit op Israël geschoten wordt. We zullen disproportioneel hard reageren en voor enorme schade en vernieling zorgen. In onze ogen zijn het geen burgerdorpen, maar militaire basissen. De volgende oorlog moet snel en agressief beslist worden zonder daarbij naar internationale goedkeuring te hengelen.” De bevelhebber voegde daar aan toe: “dit is geen aanbeveling, het is een plan en het is al goedgekeurd.”

De militaire doctrine werd later bevestigd door twee andere strategen. Kolonel Gabriel Siboni schreef in een rapport dat “bij een uitbraak van nieuwe vijandigheden het IDF onmiddellijk met disproportioneel geweld zou moeten reageren. Een antwoord dat tot doel heeft om schade toe te brengen en een straf op te leggen die een lange en dure wederopbouw zou vergen.” Een tweede rapport door Generaal-majoor Giora Eiland gaat nog een stap verder. Hij schreef onomwonden dat Israël de tweede Libanonoorlog tegen de verkeerde vijand voerde (Hezbollah), en dat de volgende oorlog gericht zou moeten zijn tegen de regering en de burgerinfrastructuur.

In een artikel op Ynet, een invloedrijke Israëlische nieuwssite, zei Eiland dat “het enige goede resultaat van de Libanon-oorlog de relatieve schade is die toegebracht is aan de Libanese bevolking. De vernieling van duizenden huizen van zogenaamde ‘onschuldigen’ bewaarde nog een deel van de Israëlische afschrikkingsmacht.”

Voorbedachte rade



“Dat maakt allemaal duidelijk dat er geen intentie was om zich te houden aan de basisprincipes van het internationaal humanitair recht, zoals het principe een onderscheid te maken of de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen voordat een aanval begonnen wordt”, zegt Azarov. “De getuigenissen van de soldaten zetten nog eens in de verf dat dit het overheersende doel was van de hele oorlog, systematisch en gebaseerd op beslissingen van bovenaf. Het is daarom moeilijk te beweren dat de schendingen puur toeval waren.”

Israëlische mensenrechtenactivisten vragen vernieuwen hun oproep om een onafhankelijk en diepgaand onderzoek naar de manier waarop de IDF het conflict aangepakt heeft. “We vinden dat het leger niet in staat is om dat onderzoek zelf te doen”, zegt Melanie Takefman van de Vereniging voor Burgerrechten in Israël. “Het is duidelijk dat er een disproportioneel geweld gebruikt is en we geloven dat het onderzocht moet worden, omdat we leven in een transparante en democratische samenleving.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift