Uribe’s gevaarlijke PR-stunt

Het was even schrikken toen Colombia in de nacht van 1 maart Ecuador binnenviel om er het Farc-kamp met kopstuk Raul Reyes uit te schakelen. De schaamteloze invasie was behoorlijk verontrustend. De verhitte gemoederen zijn voorlopig bedaard maar het incident laat ongetwijfeld sporen na.
Na een week ingehouden spanning sloten de Latijns-Amerikaanse landen opnieuw de rangen. Handjes geschud voor de camera en plooien glad gestreken. Rafael Correa, president van Ecuador, deed grote broer Colombia plechtig beloven ‘dat dit de laatste keer geweest is’. Een mooi stukje theater en een niet onbelangrijke geste. Het goede nieuws bij dit incident was immers dat de Latijns-Amerikaanse landen zelf, in de schoot van de Rio-Groep, in staat waren dit conflict het hoofd te bieden.
Op de Top in Santo-Domingo is de Colombiaanse president Uribe niet alleen door Venezuela, Bolivia en Nicaragua –de linkse rakkers zeg maar– op zijn plaats gezet, maar ook door Chili, Argentinië en Mexico. De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), die het voorval verder onderzoekt, liet het bij lauwe kritiek op het Colombiaanse optreden, een krachtige veroordeling zat er niet in. De VS –eveneens lid van de OAS– waren er trouwens als eerste bij om Uribe te feliciteren met zijn strijd tegen het terrorisme, inclusief de democratische kandidaten Clinton en Obama.
De verhitte gemoederen zijn voorlopig bedaard maar het incident laat ongetwijfeld sporen na. Even een duwtje geven om regimes als die van Correa en vooral Hugo Chávez te destabiliseren door zo’n invasie –en vooral door de schat aan nuttige informatie op de laptops die tijdens de invasie in beslag werden genomen– is altijd mooi meegenomen. In het heetst van de strijd slingerden de drie flamboyante presidenten ook verwijten heen en weer, die nog steeds nazinderen. Chávez werd ervan beschuldigd een “genocide” te financieren, Correa werd ervan verdacht zijn verkiezingscampagne gefinancierd te hebben met geld van de Farc, een argument dat door de oppositie in Ecuador sindsdien volop uitvergroot wordt. De aanwezigheid van het Farc-kamp op Ecuadoraanse bodem was voor Uribe overigens een duidelijk bewijs van de samenwerking tussen Ecuador en de terroristische rebellengroep. Hoe kunnen de opstandelingen anders zo ongemoeid hun intrek nemen in de Ecuadoraanse jungle? Een makkelijk argument natuurlijk voor de buitenwereld. In werkelijkheid hielp het Ecuadoraanse leger vorig jaar maar liefst 47 Farc-kampen ontzetten op Ecuadoraans grondgebied. Drie keer zijn er gezamenlijke militaire operaties geweest van het Ecuadoraanse en het Colombiaanse leger om de guerrilla tegen te houden. Ecuador lijdt al jaren onder de spillover van het Colombiaanse conflict, door de vluchtelingenstromen en de grensoverschreidende drugsbesproeiingen vanuit de lucht. Jaarlijkst kost het indijken hiervan Ecuador 160 miljoen dollar. Vanuit de Ecuadoraanse luchtmachtbasis van Manta, die nog tot 2009 onder Amerikaans toezicht staat, wordt door Amerikaanse vliegtuigen het luchtruim gecontroleerd. Uribe en de VS werken via Plan Colombia al jaren samen in de strijd tegen de “narcoguerrilla” en de basis van Manta is daarbij een vaste uitvalsbasis. Daar is geen invasie voor nodig.
De directe aanleiding voor de inval lag voor de hand: president Correa was met Farc-kopstuk Reyes in onderhandeling over de vrijlating van tien gegijzelden, waaronder Ingrid Betancour, maar Uribe wil niet dat de Farc haar kroonjuweel prijsgeeft. Betancourt is een icoon die de slechtheid van de Farc onder de aandacht brengt van de internationale gemeenschap. Haar vrijlating zou het menselijke gelaat tonen van de Farc en dat moet tegen elke prijs vermeden worden.
Niet dat de Farc nog enige legitimiteit bezit. De terreur van deze rebellengroep en de honderden gijzelaars die ze in hun bezit hebben, hebben elk greintje sympathie voor een maatschappelijk project van sociale rechtvaardigheid, dat er in een ver verleden was, teniet gedaan. En de manier waarop ze volharden in hun voortbestaan is een immense hypotheek voor de Colombiaanse civiele samenleving en een hinderpaal voor elk nieuw maatschappelijk project. Maar Uribe haat de Farc. Ze hebben zijn vader vermoord en sinds zijn aantreden als president heeft hij één duidelijk doel en dat is afrekenen met de Farc. Als populistisch politicus heeft hij heel goed begrepen dat dit is wat de Colombianen ook willen.
Op een blog van het weekblad Semana schrijft Luís Fernando Afanador: ‘Alle schandalen die zich de afgelopen maanden hebben opgestapeld in Colombia zouden aan om het even wie van de vorige presidenten zijn functie hebben gekost. Uribe blijft echter ongestoord in het zadel. Daar is maar één verklaring voor en dat is zijn haat voor de Farc die gedeeld wordt door zoveel Colombianen.’ En dus speelt Uribe die kaart ten volle uit. Daarmee zit hij trouwens helemaal op de lijn van de VS en hun strijd tegen terrorisme.
De invasie in Ecuador en de moord op Reyes maken Uribe alleen maar populairder bij zijn achterban in Colombia en in de VS. Die boost had Uribe absoluut nodig. Bijna een jaar nu regent het bewijzen van de nauwe banden tussen de regering en de paramilitairen. Over die paragate hadden we het eerder al in dit blad (MO* 44, juni 2007). Eén op de vijf parlementsleden is gearresteerd of wordt ervan verdacht verkozen te zijn met de steun van de paramilitairen.
De voorbije weken kreeg de president het echt benauwd, toen zijn woordvoerder José Obdulio en zijn neef Mario Uribe, zijn rechterhand en compagnon de route doorheen heel zijn politieke loopbaan, in opspraak kwamen. Toen Mario Uribe voor ondervraging gesommeerd werd door de voorzitter van het Hoog Gerechtshof, César Julio Valencia, vond de president er niet beter op dan Valencia aan te klagen voor laster en valse beschuldigingen. In een rapport verwijt Human Rights Watch president Uribe het Hoog Gerechtshof de mond te snoeren in het onderzoek over de parapolitiek. Uribe, in nauwe schoentjes, moest dus dringend de aandacht afwenden van die stinkende poel en hoe kon dat beter dan door opnieuw alle pijlen op de Farc te richten? Op die manier trekt hij een rookgordijn op, niet alleen om de paragate te camoufleren, maar ook tegen alle collaterale damage aangericht door het politiek-economische project dat aan die parapolitiek is gekoppeld.
Colombia is een sociaal kerkhof van boeren en indianen die vermoord of verdreven worden. Van de 42 miljoen Colombianen verblijven er vier miljoen in het buitenland en vier miljoen zijn interne vluchtelingen. 300.000 Colombianen werden vorig jaar met geweld van hun grond verdreven, dat zijn 80.000 meer dan in 2006. Al dit geweld in de marge wordt vandaag van tafel geveegd door de enge focus op de strijd tegen het terrorisme van de Farc. Indien Uribe erin slaagt een einde te maken aan de Farc, is dat ongetwijfeld een goeie zaak. Maar de paragate en al het geweld dat intussen ver weg van de camera’s in Colombia plaatsvindt, doen ernstige vragen rijzen over de legitimiteit van Uribe’s regime.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.