Werkloze Nepalezen zoeken hun geluk in Irak

Veel werkloze Nepalezen trekken naar Irak om een baan te zoeken. Ontvoeringen, onthoofdingen en een werkverbod dat de Nepalese overheid na de Amerikaanse inval in Irak instelde, weerhouden de Nepalezen er niet van hun geluk te zoeken in het land.
Ze zeggen dat je in Irak drie keer zoveel betaald krijgt als in Koeweit, zegt Bishal Thapa (19), die bij een Pakistaans wervingbureau in de rij staat te wachten op zijn beurt. Waarom zou ik niet naar Irak gaan, het is in Nepal echt niet veiliger, zegt hij, verwijzend naar het maoïstisch oproer in zijn land.

De maoïsten proberen al sinds 1996 de monarchie omver te werpen en een communistische republiek te stichten in het Himalaya-koninkrijk. De revolutie heeft al meer dan 10.000 levens gekost en schrikt toeristen en buitenlandse investeerders af.

Duizenden jongeren zoals Bishal Thapa proberen in het Midden-Oosten en Oost-Azië een beter leven op te bouwen. Van de 500.000 Nepalezen die in het buitenland werken, werken er 350.000 in het Midden-Oosten. De rest werkt in Oost-Azië en Europa.

De Nepalezen werken veelal als bewaker, vrachtwagenchauffeur, timmerman of handarbeider, blijkt uit cijfers van het ministerie van Arbeid. Volgens wervingsbureaus zijn inmiddels 17.000 Nepalezen naar Irak vertrokken, terwijl er nog 35.000 gegadigden wachten op een baan in Irak. Zo’n 30.000 van hen zijn gestrand in Mumbai, in India. Vijfduizend anderen wachten op toestemming van de Nepalese regering.

De afgelopen maanden werden tientallen buitenlanders ontvoerd in Irak, waaronder veel vrachtwagenchauffeurs die materialen afleveren bij de Amerikaanse troepen. Sommigen zijn vrijgelaten, anderen vermoord.

Hoewel de regering werken in Irak verboden heeft na de Amerikaanse inval in het land, werken veel Nepalezen bij constructiebedrijven in Irak.
Particuliere wervingsbureaus in grote steden als Kathmandoe en Biratnagar blijven echter clandestien werknemers naar Irak sturen, vaak via bedrijven in andere Golfstaten. De Nepalese economie, of wat daar nog van over is als gevolg van de maoïstische strijd, vaart wel bij de inkomsten van de werknemers in het buitenland. Zij brengen meer binnen dan de export en toeristenindustrie bij elkaar: zo’n 100 miljard roepies (1 miljard dollar). Dat is bijna evenveel als het jaarlijkse overheidsbudget in Nepal, dat 102,4 miljard roepies bedraagt (1,32 miljard dollar).

In Koeweit verdient een chauffeur gemiddeld 300 dollar per maand. In Irak kan iemand met hetzelfde werk drie keer zoveel verdienen.

Nissar Ahmad, een Indiër die een wervingsbureau in Katmandu heeft opgezet, zegt in eerste instantie dat hij alleen tweehonderd banen in Koeweit in z’n kaartenbakken heeft. Maar na enig aandringen zegt hij: Als mensen hier komen en ze zeggen zelf dat ze graag goedbetaald werk willen en dat ze bereid zijn daarvoor grote risico’s te lopen, wat wil je dan dat wij doen?

Gevaarlijk is het overal, zegt de 30-jarige Tek Bahadur Esmail. Dan kun je maar beter zorgen dat je ergens zit waar je ook nog geld verdient. Esmail moet zeven familieleden onderhouden en gaf 95.000 roepies (2.049 dollar) uit om via Koeweit naar Irak te kunnen. (JS/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift