Boychoir: Verleidelijk als een koorzang

Het zit er al meteen bovenarms op in BOYCHOIR van melomaan François Girard, maker van ‘Thirty Two Short Films About Glenn Gould’ (1993), ‘The Red Violin’ (1998) en ‘Silk’ (2007) waarin hij respectievelijk de pianist Glenn Gould, de omzwervingen van een rode viool en een onmogelijke liefde bezingt.

  • BOYCHOIR, een film van François Girard
  • BOYCHOIR, een film van François Girard

Win een duoticket!

Op de terugweg van school vecht Stet, een jongetje van elf met een gezicht als een donderwolk, op straat een stevig robbertje uit met een leeftijdsgenoot die zijn moeder beledigde. Behalve een hoge, haarzuivere zangstem is zijn moeder echt wel het enige dat hij heeft. Ook al verwaarloost ze zichzelf en Stet erbij, toch houdt hij van haar. Zoals zijn moeder, door haar man(nen) in de steek gelaten, zoekt hij, dwars en eigenwijs, louter op zijn eentje aangewezen, de eenzaamheid. Die nog groter wordt wanneer even later zijn moeder in een verkeersongeval om het leven komt. Het is dan dat zomaar uit het niets zijn (biologische) vader opduikt – gelukkig getrouwd en pa van twee tienerdochters – die hem inkoopt in het internaat van het gereputeerde National Boychoir in New Jersey waar jongens met een zoetgevooisde stem worden opgeleid. Jongens nog net in de leeftijd voordat ze de baard in de keel gaan krijgen. 

Tegen zijn zin neemt Stet zijn intrek in het internaat met een streng regime. De hele film lang straalt van Stet, toch de kwaadste niet, een ingehouden woede af, een gevoel van permanente verontwaardiging. Lang, heel lang blijft Stet de rebel die niet het minste onrecht verdraagt, een solist, een einzelgänger, zonder veel vrienden. Hardleers ook. Maar met karakter wel, en die maar al te goed beseft dat het koor zijn enige kans is om van zijn leven te maken wat er van te maken valt (nog), ook al kan hij aanvankelijk geen noot muziek lezen. 

Stet ziet eruit als een koorknaap, maar is het allesbehalve.

Vraag is hoelang de directie (een prachtrol van Kathy Bates die voor de jongen én moeder én oma én beschermengel én toeverlaat is) zijn onuitstaanbare gedrag als stokebrand die niets over zijn kant kan laten gaan, kan blijven gedogen. Vooral de charismatische koorleider Carvelle (Dustin Hoffman, introverter dan ooit) die het talent van Stet onmiddellijk heeft herkend, blijkt het als man van de oude stempel moeilijk te hebben met zijn wispelturige gedrag. Carvelle, stoïcijns kalm, stug, onvermurwbaar, de man van de ijzeren discipline, schoffeert de jongen (“Muziek betekent niets voor je”), daagt hem uit, pusht hem, maar krijgt geen vat op hem. Herhaaldelijk komt het tot een krachtmeting … op alle niveaus. 

Stet ziet eruit als een koorknaap, maar is het allesbehalve. Daarvoor is zijn woede te intens. Tegen de wereld, tegen het feit dat hij er moederziel alleen voor staat. Lang, heel lang blijft hij de rebel die bij het minste onrecht steigert als een paard op hol. Koppig fietsend tegen de wind in, wat hem sterk maakt. Minstens drie keer klingelt op voor hem cruciale momenten zachtjes het windklokkenspel: een eerste keer tijdens de begrafenis van zijn moeder, de derde keer wanneer hij een uniform op zijn bed ontdekt waardoor hij definitief bij het jongenskoor hoort. 

Intussen krijg je als kijker een sublieme muziekles, van notenleer (“een es, dat geluid van je piepende schoenen”) tot muziekgeschiedenis (“Händel hield niet van zangers”), een levensles uiteraard, tot zelfs een les godsdienst toe (“Ik ben niet religieus”, aldus Carvelle, “maar wanneer je hier in de kapel bent met allemaal mensen die elkaar niet kennen, zijn jullie, het koor, en de muziek het verbindende element”). Zoals de man, gedreven, ook zijn jongenskoor stuwt, stimuleert: “Ik wil de engelen zien neerdalen in de kathedraal dat de glasramen aan diggelen gaan.” 

Het elegant gefilmde en aanstekelijk vertelde BOYCHOIR heeft het over een leerproces, talent, ambitie, wilskracht, rivaliteit, jaloezie, over een generatiekloof, over de weg van het instinct (Stet) tegenover de weg van het verstand (gesymboliseerd in Devon, rivaal en tegenpool van Stet). Een krachtdadige film, onmiskenbaar familie van die andere onmeedogende kroniek over de harde, compromisloze leerschool in de muziek, Whiplash, al is BOYCHOIR verleidelijk als een koorgezang. 

 

Freddy Sartor is hoofdredacteur van het magazine Filmmagie. Deze recensie verscheen eerder in dit magazine.

MO* mag 10 duotickets weggeven voor de avant-première van deze film op 2 april om 20u in Cinema Sphinx in Gent. Vul het webformulier in. De winnaars worden via e-mail verwittigd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift