Bedreigde dieren planten niet graag voort in gevangenschap

Het is vaak geen goed idee om bijna uitgestorven diersoorten te redden via kweekprogramma’s in gevangenschap. Britse onderzoekers pleiten voor meer inspanningen voor bedreigde soorten in het wild.

  • Kirsty Komuso (CC BY-NC-ND 2.0) 'Het succes van dergelijke programma's bij soorten als de Sumatraanse tijger geeft een vertekend beeld.' Kirsty Komuso (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Dergelijke kweekprogramma’s mislukken in veel gevallen.’

Dierentuinen in de hele wereld, ook in België en Nederland, werken mee aan kweekprogramma’s, die soms dienen om bedreigde soorten van uitsterven te redden.

Maar het succes van dergelijke programma’s bij soorten als de Sumatraanse tijger en de Arabische oryx (een antilopesoort) geeft een vertekend beeld, waarschuwen onderzoekers van de School voor Milieuwetenschappen van de University of East Anglia.

Dergelijke kweekprogramma’s mislukken in veel gevallen, zeggen ze in een zopas gepubliceerde studie in het Journal of Applied Ecology.

Indische trap

De onderzoekers, die samenwerkten met BirdLife International, gingen na wat de beste resultaten biedt: een kweekprogramma in gevangenschap of een programma om de soort in het wild beter te beschermen. Ze deden dat aan de hand van de Indische trap (Ardeotis nigriceps), een zwaar bedreigde vogel in India en Pakistan. Daarvan zijn er nu maar honderd à tweehonderd meer over.

Aan de hand van computermodellen voorspelden ze de evolutie van de populatie. Conclusie: ‘Alleen een dringende en effectieve bescherming en uitbreiding van de natuurlijk habitat van de Indische trap kan voorkomen dat de soort in het wild uitsterft’, zegt hoofdonderzoeker Paul Dolman.

Onmogelijk

Na tien jaar bescherming van de habitat in India en Pakistan zouden er meer volwassen vogels zijn dan met een kweekprogramma in gevangenschap. ‘Onze prognosemodellen laten zien dat het niet zeker is dat er in gevangenschap een populatie tot stand komt en dat het risico dat het mislukt zeer groot is.’

Om een kweekprogramma met de Indische trap te doen slagen zou je eerst onmogelijk veel eieren in het wild moeten verzamelen. Vervolgens zou een bijna onmogelijk hoog aantal factoren moeten meezitten bij het uitbroeden van die eieren.

‘En zelfs bij het best mogelijke kweekprogramma in gevangenschap heb je ook effectieve bescherming in het wild nodig om zeker te zijn dat de vrijgelaten volgens overleven en in aantal toenemen.’

Laatste kans

Het onderzoek ondergraaft ‘de stelling dat het altijd een goed idee is om een kweekprogramma in gevangenschap op te zetten wanneer een soort in het wild gevaarlijk dicht bij uitsterven komt’, zegt Dolman.

‘Kweekprogramma’s in gevangenschap kunnen ertoe leiden dat de motivatie en de middelen om soorten in het wild te beschermen verminderen’

‘Een kweekprogramma kan een laatste kans zijn wanneer een soort op heel korte termijn dreigt uit te sterven, maar uiteindelijk hangt dat af van het herstel van een populatie in het wild. Dat is succesvol gebleken voor enkele soorten die veel aandacht krijgen, maar in veel andere gevallen was het geen succes.’

Kweekprogramma’s mislukken onder meer omdat ze te traag gaan, omdat ze niet tot een voldoende grote populatie leiden, omdat er genetische diversiteit verloren gaat of de dieren te tam worden.

Dolman vreest ook dat kweekprogramma’s de aandacht afleiden van het echte probleem: ‘Kweekprogramma’s in gevangenschap kunnen ertoe leiden dat de motivatie en de middelen om soorten in het wild te beschermen verminderen – en dan zijn de gevolgen rampzalig.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift