'Ik heb geen tuin. Als ik buiten wil komen, moet ik op straat gaan staan. Is heel moeilijk voor mij!'

Niemand lijkt te weten hoe het verder moet

‘Ik ga blij zijn wanneer alles weer een beetje normaler wordt.’ ‘De vrijdag, de zaterdag, de zondag… Elke dag is alles hetzelfde, er gebeurt niets, er valt nergens nog iets te beleven.’ Kringwinkelmedewerker Rino Feys vertelt over de telefoongesprekjes die hij met zijn collega’s heeft in deze bijzondere tijden.

Het is de vierendertigste dag na de sluiting. Het gonst van de geruchten om de bedrijven te laten heropstarten maar tot hiertoe is niets concreet. Het is te vroeg, te laat, te veel, te weinig. We moeten kijken naar het buitenland, zeggen commentaarstemmen. Dus kijken we naar Zweden, waar men de maatregelen tot een strikt minimum herleidt.

En dan weer naar Japan, waar ze op het eiland Hokkaido de scholen na een forse toename van besmettingen nu voor de tweede keer sluiten. Verwarring alom, niemand lijkt te weten hoe het verder moet. Ik bel de collega’s één voor één op.

‘Moeten wij morgen werken Rino?’ Blijkbaar zit mijn telefoonnummer tussen zijn contacten, want het is het eerste wat Ali vraagt.
‘Nee, zoals het er nu uit ziet, moeten we wachten tot dinsdag 5 mei. Maar als er iets verandert, bel ik je zo snel mogelijk. Hoor jij soms nog iets van Jalal?’

‘Ja, is goed met Jalal. Zal hij nog terug komen naar kringloopwinkel?’ ‘Nee, Ali, ik kreeg een mailtje van het OCMW. Jalals contract eindigde eind maart, zoals je weet. Eventueel kon hij dan nog eventjes terugkomen, maar doordat de sluiting nu al tot mei duurt, hebben ze besloten dat ze zijn traject als volbracht zullen beschouwen, zodat de papiermolen weer verder kan.’

‘En kan ik nog terugkeren?’ ‘Dat weet ik niet Ali, jouw contract loopt tot eind april, en het zal afhangen of de winkel begin mei mag open gaan of niet.’

‘Als ik buiten wil komen moet ik op straat gaan staan. Is heel moeilijk voor mij!’

‘Ik zou graag komen.’ ‘Ik weet het Ali, en ik zal dat ook nog eens doorgeven aan het OCMW. Ben je nu thuis?’ ‘Ja. Veel slapen. En spelletjes spelen op gsm. Mijn broer woont in Staden, ook alleen, en wij spelen in zelfde onlinespelletje, begrijp je? Dan praten wij ondertussen een beetje. Want ik heb geen tuin. Als ik buiten wil komen moet ik op straat gaan staan. Is heel moeilijk voor mij!’

‘En hoor je iets van je mama en je papa in Iran?’ ‘Ja, daar heel slecht, nog veel erger dan hier. Veel mensen ziek daar, veel mensen dood. Zij komen niet in de krant, Rino.’

Even later krijg ik Marjan aan de telefoon. ‘Ja, het is best wel spannend. Zoals je weet zit ik momenteel middenin een scheiding en blijft mijn ex-man in het huis waar we samen woonden. In afwachting tot ik in mijn eigen huisje kan, woon ik in een buitenverblijf van de familie aan de kust. Maar ik kan pas in juli verhuizen. Ik woonde hier al een eventjes voor dat de coronacrisis uitbrak, maar ondertussen ben ik hier een illegaal geworden. Ik durf mijn auto niet meer nemen want als ze me tegenhouden en zien ze dat ik in Avelgem gedomicilieerd ben, sturen ze me terug, en krijg ik er nog een fikse boete bovenop! Ik loop naar de Spar via straatjes waarvan ik denk dat ik de politie er niet zal tegenkomen. Het is de enige winkel die hier nog open is. Voor de vriendelijke bediening moet je het niet doen, ze behandelen de klanten alsof het melaatsen zijn. Hopelijk versoepelen de maatregelen nu snel. Ik wandel met mijn honden in de duinen, want ik waag me niet meer aan zee.’

Kurt gaat dan weer geregeld in de tuin zitten, of leest in zijn boek rond mindfulness. Verder heeft hij zijn oude games opgediept, en probeert de oudere spelletjes die hij heeft laten liggen, nu toch eens uit te spelen. ‘Maar het gaat zodanig ver, Rino, dat ik vorige week over de kringloop droomde. Ik mis de collega’s, het sociaal contact, de grappen die we samen maken. Het ging de laatste tijd wat beter met me, ik durfde al eens iemand aan te spreken of iets te zeggen in de groep. Ik hoop dat het niet te lang duurt allemaal.’

‘Je kunt ook altijd contact opnemen via de groep die ik op WhatsApp heb gemaakt.’ ‘Ik weet het, ik heb vanmorgen een bericht naar Lola gestuurd.’

Ik bel ook eens naar Jalal, hoewel hij maar enkele woorden Nederlands en Frans kent, en geen Engels spreekt. Mijn ervaring is dat we meestal na een halve minuut vastlopen in een gesprek, en dat Ali dan moet helpen. Maar nu is Ali er niet. Toch wil ik Jalal eens horen.

‘Hoe is het met je Jalal?’ ‘Tres bien mesieu! Is goed, geen probleem met hoofd, en geen corona nog, maar misschien!’ ‘Als er iets is dat je me wilt zeggen of vragen, kun je ook altijd eerst bellen naar Ali? Hij kan je vraag dan voor mij vertalen.’ ‘Le nummero de Ali mesieu?’ ‘Ik heb het nummer van Ali, dat is geen probleem.’ ‘Qui mesieu, ici le nummero de Ali… Zero, quatre, …’ ‘Merci Jalal, mais j’ai le numero de téléphone d’Ali’.

‘Oké messieu… En de kringloop… C’est fini pour Jalal?’ ‘Ja, Jalal, het OCMW heeft je contract afgerond. Je bent nu met alles is orde… Begrijp je?’ ‘Qui messieu! Is goed.’

‘Hoe gaat het met procedure om je familie naar België te laten komen, Jalal?’ ‘Niet goed, alles stop door corona… Nu wachten messieu…’

Lola, Nesar en Jan nemen niet op.

Arno klinkt even opgewekt en enthousiast als immer. Hij draagt ondertussen een enkelband zoals afgesproken was. ‘In de voormiddag mag ik het huis enkele uren verlaten. Ik doe eerst een ritje met mijn scooter, en dan ga ik nog eens wandelen met de honden. Verder knutsel ik wat aan brommers van vrienden, en heb al een grasmachine hersteld. In de namiddag doe ik wat werkjes in huis, en ik kan me ook goed bezig houden met mijn Playstation. Mijn oom zegt dat de lockdown nog zal duren tot in oktober.’
‘Daar heb ik mijn twijfels over Arno. Nu hebben ze alles op pauze gezet tot begin mei. Maar van zodra ik nieuws heb laat ik het weten. We wachten af.’ ‘Ja, dat er maar een beetje schot in de zaak komt!’

‘Ja, dat er maar een beetje schot in de zaak komt!’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Hoe gaat het met Lies? Nog maar zo kort samen en al meteen zo’n beproeving als stel!’ ‘Ja, maar zij werkt in het rusthuis, dus moeten we hier niet de hele tijd op elkaars lip te zitten! En voor de rest valt het heel goed mee, hoor. We zijn enkele jaren geleden al eens een periode samen geweest. We wisten waar we aan begonnen…’

Het gesprek is nog maar afgesloten of daar belt Jan terug. ‘Ja, wat doe ik allemaal… Ik ben bezig met het opzetten van een boekhoudingsprogramma voor mijn broer. Deze namiddag heb ik een rit met de fiets gemaakt, rond Kortrijk. Het gras afrijden, eens naar het containerpark gaan. Ik denk dat de mensen heel wat materiaal voor de kringloop naar het containerpark brengen nu.’

‘Je kunt je nog steeds bezig houden?’ ‘Ik moet nog niet beginnen breien, als je dat bedoelt, zo erg is het nog niet met me gesteld!’ Hij lacht. ‘Blij dat te horen Jan. Het gras afrijden, dus je hebt ook een tuin?’

‘Ja, gelukkig wel. Je mag er niet aandenken dat je nu op een appartement moet zitten. En voor de rest. Ik ga blij zijn als alles weer een beetje normaler wordt…’ Hij zucht.
‘De vrijdag, de zaterdag, de zondag… Elke dag is alles hetzelfde, er gebeurt niets, er valt nergens nog iets te beleven.’

Na het avondeten krijg ik een berichtje van Nesar, ‘Hi’. Ik bel meteen terug. Ik hoor hem lachen terwijl hij opneemt. ‘Hallo Rino, ik dacht dat jij nu wel zou bellen. Maar ik was in Lidl toen jij eerst belde. Ik kon niet opnemen!’ ‘Maar dat is niet erg Nesar, ik bel nu terug.’

‘Wanneer gaan wij weer werken? Ik kan niet thuisblijven, ik moet terug naar kringloopwinkel komen!’

‘Wanneer gaan wij weer werken? Ik kan niet thuisblijven, ik moet terug naar kringloopwinkel komen!’ Ik leg nog eens uit dat we zeker nog twee weken gesloten blijven, en dat we kijken hoe het dan verder gaat. Maar dat ik hem, van zodra ik meer weet, direct op de hoogte breng.

‘Wat heb je vandaag gedaan, Nesar?’ ‘Ik heb bijna hele dag geslapen!’ Hij giechelt. ‘Gisteravond, rond tien uur ben ik begonnen gamen met vrienden, tot vier uur vanmorgen! En dan hele dag slapen en daarna naar Lidl geweest. Maar anders ik veel sporten, ga naar winkel, zit in de tuin in de zon, veel mooi weer Rino! Ik kijk ook naar films. En studeren! Veel werk!’ Hij lacht opnieuw.

‘Maar ik zou graag komen naar kringloopwinkel. Thuis is niet goed voor mij. Ik altijd alleen.’ ‘Ik weet het’, zeg ik. ‘Maar binnenkort wordt het weer beter.’ ‘Ja’, zegt hij. ‘Binnenkort…’

Rino Feys werkt in de kringloopwinkel waar hij dagelijks vaststelt dat inlanders en nieuwkomers perfect kunnen samenwerken en waarbij er niet zelden mooie vriendschappen ontstaan. En dat het waar is. Dat de wereld klein is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Kringloopmedewerker, schrijver en blogger

    Rino Feys werkt in de kringloopwinkel waar hij dagelijks vaststelt dat inlanders en nieuwkomers perfect kunnen samenwerken waarbij er niet zelden mooie vriendschappen ontstaan. En dat het waar is.