Australische overheid wil afgelegen gebieden hervormen

De Australische regering wil het leven van mensen in afgelegen gebieden verbeteren door regiohoofdsteden te creëren. Dat gaat ten koste van omliggende gemeenschappen en negeert de waarde van de inheemse manier van leven, zeggen critici.
Australië wil twintig afgelegen gemeenschappen in het Noordelijk Territorium (NT) omvormen tot regionale centra. Het plan kost meer dan 160 miljoen Australische dollar (ruim 92 miljoen euro) over een periode van vijf jaar.
“Het worden steden zoals we die ook elders in Australië hebben en net zoals daar zullen ze de omliggende gemeenschappen bedienen”, zei de verantwoordelijke minister voor het Noordelijk Territorium, Paul Henderson, bij de lancering van het plan.
Hoewel het plan van de Labour Party in het NT steun krijgt van de sociaal-democraten in Canberra - de Australische Labour Party is ook aan de macht op federaal niveau - krijgt het kritiek uit andere hoeken.

Financiële steun


Volgens sommigen zal het plan een averechts effect hebben op kleine gemeenschappen die op voorouderlijk land leven, de traditionele clangebieden van inheemse Australiërs. Zij krijgen te maken met restricties. De stichting van nieuwe thuislanden of afgelegen nederzettingen krijgt geen financiële steun meer, terwijl bestaande gemeenschappen aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen om de huidige steun te houden. Een van die voorwaarden is dat de gemeenschap de belangrijkste verblijfplaats van de bewoners is. Daarnaast moeten bewoners meer doen om zelfvoorzienend te worden.
De Noordelijke Landraad, een belangrijk mensenrechtenorgaan in het NT, heeft steun uitgesproken voor inheemse bewoners die ervoor kiezen op hun voorouderlijk land te blijven wonen. Tom Calma, commissaris voor sociale rechtvaardigheid voor aboriginals en de eilanden van de Straat van Torres bij de Australische Mensenrechtencommissie, vindt dat het creëren van regionale centra niet ten koste mag gaan van de thuislanden.
“De thuislandbeweging is een krachtige uitdrukking van zelfbeschikking en zelfbestuur van de aboriginals. De overheid zou deze gemeenschappen moeten helpen bij hun zoektocht hun leven en toekomst in eigen hand te nemen, in plaats van dat te ondermijnen”, zegt Calma.

Verwaarlozing


De terugkeer van Australiërs naar hun voorouderlijk land begon in de jaren zeventig. Er zijn nu meer dan vijfhonderd thuislanden bewoond door ongeveer tienduizend mensen. De totale inheemse bevolking in afgelegen gebieden telt ongeveer 40.000 mensen.
Hoewel de thuislanden onder het nieuwe plan nog steeds jaarlijks 36 miljoen Australische dollar (21 miljoen euro) krijgen, is dit volgens Ric Norton van Laynhapuy Homelands Association Incorporated (LHAI) niet genoeg. Met dat geld kan volgens hem alleen de huidige situatie gehandhaafd worden. Laynhapuy bestaat uit 25 thuislandgemeenschappen met een totale bevolking van ongeveer 1.200 mensen in oostelijk Arnhemland (genoemd naar het Nederlandse schip De Arnhem dat in 1623 de kust verkende).
“De status quo van de thuislanden is een geschiedenis van dertig jaar verwaarlozing, dus het handhaven van de status quo is het handhaven van een situatie waarin Australische burgers diensten en faciliteiten onthouden worden”, zegt Norton.

Druk


De LHAI krijgt jaarlijks omgerekend 374.000 euro van de regering voor dienstverlening, inclusief onderhoud van landingsstroken, wegen en het ophalen en verwerken van afval. Daarnaast krijgt de LHAI 173.000 euro voor het onderhoud van huizen. Bij elkaar komt dat neer op 450 euro per persoon per jaar. “Het bedrag dat voor deze mensen wordt uitgetrokken is heel, heel laag”, zegt hij.
De LHAI-leden moeten het verder doen zonder openbare bibliotheken, verharde wegen, recreatiefaciliteiten en openbaar vervoer. Ook zijn de gezondheidsvoorzieningen beperkt. Ze betalen wel huur, hoge energierekeningen en belasting over het inkomen van werkenden en anderen die deelnemen aan werkgelegenheidsprogramma’s van de overheid.
Norton verwacht dat mensen onder het nieuwe plan feitelijk gedwongen worden te verhuizen. “Het gaat niet meer zoals vroeger, toen mensen fysiek gedwongen werden te vertrekken. Maar het onthouden van voorzieningen zet gemeenschappen enorm onder druk.”
Hoewel er veel weerstand is tegen de plannen - in Arnhemland werden op 12 juni exemplaren van het plan verbrand door demonstranten - wijzen critici ook op de gezondheidsvoordelen voor de bevolking.
Uit een recente studie blijkt dat mensen - met name uit de thuislanden - die actief waren op het gebied van blijvend of tijdelijk land- en watermanagement, gezonder zijn omdat ze meer beweging krijgen en gezonder eten. Ook hebben ze minder last van psychologische stress. “We weten uit eerder onderzoek dat mensen in afgelegen gebieden lijden onder inactiviteit, slechte voeding en sociale achterstand”, zegt Stephen Garnett van de Charles Darwin-universiteit, de leider van het onderzoek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift