Dossier: 

De Europese grondstoffenrace

De Europese Unie is ‘s werelds grootste importeur van ruwe mineralen. Deze kwetsbare positie inspireerde de Commissie tot het opstellen van het Raw Materials Initiative. Hiermee wil de EU voor zichzelf een vlotte markttoegang tot grondstoffen realiseren en tegelijk de ontwikkeling in de producerende landen stimuleren. Critici beweren echter dat deze Europese honger naar grondstoffen de ontwikkeling net zal ondermijnen.

  • Sasha Lezhnev/ENOUGH Project Goudstof in een weegschaaltje Sasha Lezhnev/ENOUGH Project
  • Sasha Lezhnev/ENOUGH Project Tin erts Sasha Lezhnev/ENOUGH Project

Eind juni werd het Europese Ruwe Grondstoffeninitiatief (RMI) goedgekeurd in de Europese parlementaire commissie voor industrie, onderzoek en energie (ITRE). Dit initiatief moet de EU een betere toegang verlenen tot grondstoffen zoals kobalt, ijzer en platina die cruciaal zijn voor de Europese industrie.

Steeds meer spelers willen een vrije toegang tot een steeds verder krimpende voorraad mineralen, waaronder ook de Europese Unie. Deze ruwe grondstoffen zijn onontbeerlijk voor de Europese industrie maar worden overwegend in niet-Europese landen ontgonnen. Dus moet de EU, de grootste importeur van ruwe materialen, op zoek naar een onbelemmerde toegang tot deze kostbare mineralen.

Voor sommige van deze ‘high-tech’ grondstoffen is de EU voor honderd procent afhankelijk van import. De Europese Commissie stelde een lijst op met veertien kritieke grondstoffen die onmisbaar zijn voor de Europese productie van gsm’s, zonnepanelen en vliegtuigmotoren.

Afhankelijkheid van kritieke grondstoffen,
berekend voor de periode 2006-2009
Kritieke grondstoffenGrootste producentenEnkele toepassingenEuropese afhankelijkheid
AntimoniumChina 91%
Bolivia 2%
Rusland 2%
Zuid-Afrika 2%
infrarood detector, loodzuurbatterijen100%
BerylliumVerenigde Staten 85%
China 14%
Mozambique 1%
satellieten, huishoudelijke apparaten100%
KobaltDem. Rep. Congo 41%
Canada 11%
Zambia 9%
lithiumbatterijen, synthetische brandstoffen100%
FluorietChina 59%
Mexico 18%
Mongolië 6%
computerchips, ultraviolet licht69%
GalliumN.Aled-lampen, zonnepanelenOnbekend
GermaniumChina 72%
Rusland 4%
Verenigde Staten 3%
glasvezelkabels, optische technologie100%
GrafietChina 72%
India 13%
Brazilië 7%
potloden, elektrische motoren95%
IndiumChina 58%
Japan 11%
Korea 9%
Canada 9%
beeldschermen, temperatuurindicatoren100%
MagnesiumChina 56%
Turkije 12%
Rusland 7%
laptops, drankblikjes100%
NiobiumBrazilië 92%
Canada 7%
straalmotoren, pijpleidingen100%
PGM’s *Zuid-Afrika 79%
Rusland 11%
Zimbabwe 3%
dieselfilters, juwelen100%
Zeldzame aardmetalen **China 97%
India 2%
Brazilië 1%
hybride autobatterij, LCD-televisie100%
TantaliumAustralië 48%
Brazilië 16%
Rwanda 9%
Congo 9%
vliegtuigmotoren, gsm’s100%
WolfraamChina 78%
Rusland 5%
Canada 4%
kogelomhulsel, scheepsschroeven73%
* Platina, palladium, iridium, rhodium, ruthenium, osmium
** Yttrium, scandium, lanthanium en de zogenaamde lanthaniden
BRON: rapport van de europese Commissie: Critical raw materials for the EU: Report of the Ad-hoc Working Group on defining critical raw materials

Bovendien is de EU bezorgd om de concurrentie met opkomende economieën. De boomende BRIC-industrieën moeten tegenwoordig niet onderdoen voor de EU qua honger naar ruwe materialen en de race om grondstoffen met China is al volop aan de gang. Anno 2011 woedt er een bikkelharde strijd om grondstoffen tussen de verschillende economische grootmachten.

Import niet-ijzerhoudende metalen
zoals zilver, platinagroep, aluminium, nikkel, zink, look, tin


Gegevens: UNCTAD

Het Raw Material Initiative

Daarom stelde de Europese Commissie in 2008 het Ruwe Grondstoffeninitiatief (RMI) voor. ‘Een betrouwbare en onverstoorde toegang tot grondstoffen wordt steeds belangrijker voor het Europese concurrentievermogen, de Europese groei en de werkgelegenheid’, zo verklaart de Commissie in ‘The Raw Materials Initiative – Meeting our critical needs for growth and jobs in Europe’.

De productieconcentratie van ruwe grondstoffen


BRON: Europese Commissie, MEMO/10/263, Brussels,
17 June 2010 Report lists 14 critical mineral raw materials

Concreet is het RMI op drie pijlers gebaseerd: een efficiënter gebruik en meer recyclage van grondstoffen, een duurzamere toevoer van grondstoffen en een vlotte markttoegang tot de kostbare materialen. Vooral die laatste pijler kwam onder vuur te liggen.

Om ongehinderd ertsen uit grondstofrijke landen te kunnen importeren, wil de EU dat andere landen niet langer exportbelastingen heffen. Ook kwantitatieve beperkingen zoals exportquota zijn uit den boze. Volgens de Europese Commissie belemmert dit de vrije handel in grondstoffen en dus ook de Europese toegang tot de zo gegeerde materialen. Maar sommigen zien exportbelastingen als een onmisbaar ontwikkelingsinstrument.

‘Voor ontwikkelingslanden is dit vaak een manier om inkomsten te genereren die ze in hun eigen verwerkende industrie kunnen investeren’, zegt Suzan Cornelissen van de Evert Vermeer Foundation. ‘Zonder exporttaksen blijft hun taak beperkt tot de uitvoer van ruwe materialen naar de geïndustrialiseerde landen.’

‘Hoewel het gebruik van exportbelastingen globaal gezien daalt, vormen ze in landen als Burundi en Guinee nog altijd een groot deel van de overheidsinkomsten. Exportbelastingen zijn zelden de beste beleidskeuze, maar kunnen van pas komen wanneer alternatieve oplossingen te duur, te moeilijk of niet beschikbaar zijn’, besluiten Dan Lui en Sanoussi Bilal van het ECDPM in hun onderzoek naar controversiële kwesties in de interim-EPA’s.

Hoe exportbelastingen de Keniaanse leerindustrie redden

In de jaren negentig stortte de Keniaanse leerindustrie volledig in. Er kwam plots een einde aan de exportsubsidies van overheidswege en de Keniaanse leerindustrie kon na de liberalisering niet concurreren met buitenlandse producten. Meer dan de helft van de leerlooierijen ging failliet.

Daarop besloot de Keniaanse overheid in te grijpen en stelde een exportbelasting in. Zo wou ze de lokale verwerking van de ruwe huiden stimuleren.

In de jaren daarna zag Kenia de export van ruwe huiden dalen van 18 542 ton tot amper 841 ton in 2008. Volgens Leather International groeide de lokale leerindustrie door de ingreep wel met 10,3 procent. De Keniaanse productie van afgewerkte leerproducten zoals schoenen verdubbelde.

De Britse ngo Traidcraft zegt dat ook dankzij de invoer van exporttaksen naar schatting 1000 directe en 6000 indirecte extra jobs gecreëerd. ‘De Keniaanse leerindustrie toont hoe een ontwikkelingsland kan winnen bij het trotseren van de EU en haar honger naar vrijhandel,’ aldus Traidcraft.

Grondstoffendiplomatie voor arm en rijk

De handel in ruwe materialen speelt al sinds 2002 een grote rol in de onderhandelingen van de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA) met landen uit Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACP). Een volwaardig EPA-akkoord zoals de Caraïbische landen als enige reeds ondertekenden, bepaalt dat deze -veelal arme- landen na een overgangsperiode van drie jaar geen exportbelastingen meer heffen op goederen. De ACP-landen die voorlopig enkel een interim-akkoord sloten met de EU, mogen slechts tijdelijk exportbelastingen invoeren op een beperkt aantal goederen en mits goedkeuring van de EPA-raad, indien ze hiermee het milieu of jonge industrieën willen beschermen.

Een grondstoffendiplomatie moet de EU toelaten om nu nog meer te hameren op een vrije toegang tot grondstoffen, zoals ze eerder al deed met de ACP-landen. Peter Mandelson, de toenmalige Commisaris voor Handel, legde in 2008 de grondstoffendiplomatie als volgt uit: ‘Ik zal de grondstoffenkwestie aanhalen in iedere vergadering met iedere minister van Handel van ieder land dat de Europese invoer beperkt.’

Door onderhandelen indien mogelijk, maar met tussenkomst van de WTO indien nodig. ‘De EU zal doortastend optreden tegen alle schendingen van de WTO- of bilaterale regels door derde landen’, aldus het de Europese Commissie. De recente veroordeling van het Chinese exportbeleid door de WTO na een klacht van de EU, de VS en Mexico is daar een voorbeeld van.

Het RMI richt zich met de grondstoffendiplomatie voornamelijk op China, Rusland, Zuid-Afrika, Brazilië en India, die naast importerende landen ook belangrijke producenten van kritieke en andere grondstoffen zijn. Maar sommigen vrezen dat de kostbare voorraden van ontwikkelingslanden eveneens in het vizier zullen komen naarmate de race om grondstoffen intenser wordt.

Grondstofrijke landen in sub-Sahara Afrika


BRON: Europese Commissie, Commission Staff Working Document, SEC(2008) 2741

Hoewel ontwikkelingslanden niet tot de grootste producenten van ruwe mineralen behoren, komen de zogenaamde kritieke grondstoffen ook in Afrikaanse landen voor. Zo bevindt de helft van de mondiale kobaltvoorraad zich in Congolese grond. De Europese Commissie omschrijft in een werkdocument ook andere Afrikaanse landen als ‘grondstoffenrijk’.

‘De Europese Commissie beweert dat er binnen het RMI ruimte is voor uitzonderingen voor ontwikkelingslanden, maar dat is onvoldoende’, vindt Tamira Gunzburg van Broederlijk Delen. ‘De Europese Commissie moet nu al vastleggen welke ontwikkelingslanden zullen worden vrijgesteld van handelssancties binnen het RMI.’

Ontwikkeling versus markttoegang

Verder in het Raw Material Initiative staat te lezen dat ‘de grondstoffendiplomatie verankerd moet worden in een breder beleid ten aanzien van derde landen, net zoals de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en conflictresolutie […] Duurzame mijnbouw kan en moet bijdragen tot duurzame ontwikkeling. Maar veel ontwikkelende landen –voornamelijk in Afrika- zijn er niet in geslaagd hun rijkdom aan grondstoffen te vertalen in een duurzame en inclusieve groei.’ De EU wil het RMI dus ook inzetten om de duurzame ontwikkeling van het grondstofrijke land te stimuleren.


Mijnwerkers in Oost-Congo Bron: ENOUGH PROJECT/Sasha Lezhnev

Wat het RMI op vlak van ontwikkeling claimt na te streven, staat echter volgens Mark Curtis in schril contrast met de manier waarop het RMI deze ontwikkeling wil bereiken. Hij schreef namens Oxfam Germany en Traidcraft Exchange een kritisch rapport over de Europese grondstoffenwedloop met als titel ‘The new resource grab: How EU trade policy on raw materials is undermining development’.

Naast zo weinig mogelijk exportbelastingen wil de EU ook een andere regelgeving die buitenlandse investeringen makkelijker maakt. Dit kan volgens Curtis nefast zijn voor de lokale industrie. Veel ‘investeringen’ bestaan uit overnames van lokale bedrijven door buitenlandse firma’s. Dit maakt het erg moeilijk voor nieuwe, lokale bedrijven om te overleven, wat op zijn beurt de economische ontwikkeling op lange termijn bemoeilijkt.

‘In 2008 bestonden bijna een vierde van alle investeringen in Afrika uit fusies en overnames’, aldus Curtis in zijn rapport. ‘Bovendien kan dit het vermogen van de gastregering om de economie te reguleren ten voordele van de sociale doelstellingen, beperken. De meest succesvolle ontwikkelde en ontwikkelingslanden beperken net buitenlandse investeringen om de industrialisatie in eigen land te promoten.

De Europese Commissie vindt echter niet dat het RMI de Europese ontwikkelingsdoelstellingen tegenspreekt. ‘De internationale grondstoffenmarkten worden geplaagd door handelsverstorende maatregelen’, zegt Helene Banner van de persdienst van eurocommissaris voor Handel Karel De Gucht. ‘Dit is niet alleen nefast voor de EU.’

‘Er zijn zijn maar weinig landen die voor honderd procent in eigen ruwe materialen kunnen voorzien. Het sleutelwoord is interdependentie. Zowel de EU, als opkomende en onderontwikkelde economieën zijn tegelijk exporteurs en importeurs van ruwe materialen. Dus zou de grote meerderheid van de landen mee profiteren van een heldere, en meer voorspelbare handel in ruwe materialen.’

Volgens de Commissie kunnen ontwikkelingslanden beter belastingen op mijnbouw heffen om inkomsten te genereren, daar deze de handel in tegenstelling tot exporttaksen niet belemmeren.

Conflictmineralen

Enough Project: Conflict Minerals 101

En wat met conflict mineralen? In het oosten van Congo wordt volgens het Enough Project jaarlijks voor zo’n 130 miljoen euro aan goud, tin, tantalium en wolfraam ontgonnen. Een VN- expertenpanel zei in 2008 dat ‘het FDLR -Rwandese Hutu-rebellen- de meerderheid van de mijnsites in het oosten controleert. Het gaat vooral over tin-, goud- en koltanmijnen.’ Deze gewelddadige milities maken zich op grote schaal schuldig aan grove mensenrechtenschendingen.

In tegenstelling tot het Kimberley Process voor diamanten bestaat er voor conflictmineralen echter nog geen internationaal mechanisme om te verhinderen dat deze mineralen, die de milities financieel overeind houden en zo het conflict aanvuren, op de Europese markt belanden.

In 2002 beschuldigde een vijfkoppig VN-panel 29 bedrijven en 54 individuen van de illegale exploitatie van Congolese natuurlijke rijkdommen, waaronder ook de Belgische dedrijven COGECOM en Georges Forrest International. Deze en tal van andere Europese bedrijven zijn erg actief in de Congolese mijnbouw en worden er door de VN van verdacht de handel in conflictmineralen mede in stand te houden.

‘Het Europese grondstoffenbeleid moet een duidelijk beleid uitstippelen om te verhinderen dat conflictmineralen zomaar bij de Europese consument belanden,’ waarschuwt Tamira Gunzburg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift