Democratie in Zuidoost-Azië op de sukkel

Zuidoost-Azië beleeft economische hoogdagen, maar met de democratie gaat het er de laatste jaren niet goed. Thailand, de Filipijnen en Maleisië worstelen met problemen, om nog te zwijgen over landen als Myanmar en Laos.
Thailand heeft na de coup van september vorig jaar nog altijd een militaire regering. De Filipijnen zijn na twee volksopstanden voor meer democratie nog altijd niet verlost van machtsmisbruik, verkiezingsfraude en zware mensenrechtenschendingen. Maleisië zet de godsdienstvrijheid op de helling. In andere landen als Laos en Myanmar (Birma) was er de laatste decennia helemaal geen sprake van democratie.
“Zuidoost-Azië kent fragiele democratieën”, verklaarde de voormalige Maleisische vice-premier Anwar Ibrahim vorige week op een seminar in Washington. Ibrahim is één van de talloze slachtoffers van machtsmisbruik in Zuidoost-Azië. Tegen het eind van de jaren 90 ontpopte hij zich als een criticus van de toenmalige sterke man in Maleisië, premier Mahathir bin Mohamad. In 1999 werd hij veroordeeld voor corruptie, in 2000 ook nog voor sodomie. Sinds zijn vervroegde vrijlating in 2004 breekt hij een lans voor meer democratie in Zuidoost-Azië.
“Democratie is meer dan verkiezingen”, zegt Ibrahim. “Vaak is een stembusgang problematisch - denk bijvoorbeeld maar aan de spookkiezers die in 2000 zelfs bij de presidentsverkiezingen in de VS opdoken. In andere landen hebben kiezers vaak geen toegang tot vrije media en is de rechterlijke macht niet onafhankelijk.”
In Maleisië, dat nu bestuurd wordt door premier Abdullah Ahmad Badawi, is de politieke situatie nu iets verbeterd in vergelijking met de jaren 90, oordeelt Ibrahim. “Maar op het vlak van de media of de rechterlijke macht is er niets veranderd. En de corruptie is zelfs erger geworden.”
In Thailand is het de voorbije jaren duidelijk bergaf gegaan met de democratie. Die beweging werd al ingezet voor de militaire staatsgreep van vorig jaar, zegt Thitinan Pongsudhirak, de directeur van het Instituut van Internationale en Veiligheidsstudies in Bangkok. Nadat de politieke evolutie in Thailand in 1997 volgens hem een hoopgevende wending kreeg, ging het na 2001 weer helemaal fout. “De grondwet van 1997 moest een einde maken aan het patronagesysteem waarbij politici hun achterban met geld aan zich bonden. Ze dwong politici meer verantwoording af te leggen en klaarheid te scheppen. De grondwet leidde ook tot grotere partijen en meer politieke stabiliteit.”
Maar die trend werd omgebogen toen de voormalige premier Thaksin Shinawatra in 2001 aan de macht kwam. Het jaar daarvoor had de nationale anti-corruptiecommissie hem nog schuldig bevonden aan het verdoezelen van zijn fortuin. In 2001 sprak het Grondwettelijk Hof hem vrij. “Daarna ging het bergaf, tot een coup onvermijdelijk werd en de grondwet werd afgeschaft”, oordeelt Pongsudhirak. “We hebben dus tien jaar verloren.” Volgens Pongsudhirak herstelde de staatsgreep de “heilige drievuldigheid” van de Thaise politiek: de alliantie tussen de bureaucratie, het leger en de monarchie.
Ook op de Filipijnen, het land dat in de jaren 80 als eerste van de regio via een “people power”-beweging de weg vond naar meer democratie, is de situatie niet rooskleurig. Corruptie en schandalen leidden in 2001 tot een tweede volksopstand die een einde maakte aan het bewind van president Joseph Estrada. Maar bij de verkiezingen van 2004 “werd er alweer op grote schaal gefraudeerd en geïntimideerd”, zegt de Filipijnse advocaat en activist Jose Luis Gascon.
De Filipijnse democratie moet dringend aansterken. “Het middenveld moet sterker worden, er is meer respect nodig voor de mensenrechten en voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en er moeten vrije en eerlijke verkiezingen komen in 2010”, somt Gascon op. Intussen moet er ook een einde komen aan het vermoorden van tegenstanders of verdachten door de Filipijnse ordediensten. De Filipijnen mogen regeringsleiders in de buurlanden geen argumenten leveren om te stellen dat democratie slecht is voor Zuidoost-Azië, vindt Gascon.
Intussen bestaat er ook een democratisch deficit tussen de landen van Zuidoost-Azië, merkt Anwar Ibrahim op. Hij heeft geen goed woord over voor de houding van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN) tegenover de militaire junta in Myanamar. Waar volgens hem scherpe veroordelingen op hun plaats zouden zijn, kiezen de overige landen in de regio nog altijd voor “constructieve samenwerking”. Volgens Anwar Ibrahim nemen de ASEAN-lidstaten hun verantwoordelijkheid niet op omdat ze enkel oog hebben voor het geld dat ze in Myanmar kunnen verdienen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift