Dood op de Nijl

Het broeit aan de oevers van de langste rivier in Afrika. De Nijl houdt 160 miljoen Afrikanen uit de tien landen aan het Nijlbekken in leven. Ze loopt door de Democratische Republiek Congo, Burundi, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Rwanda, Soedan, Tanzania en Oeganda. Toch waant Egypte zich heer en meester over de rivier.

Conflict sinds: 1929
Betrokken partijen: Egypte en de andere Nijloeverstaten
Inzet: water en vrede



Het waterakkoord van 1929 tussen Egypte en Groot-Brittannië (dat Oeganda, Tanzania, Kenia en Soedan representeerde), bevoordeelde Egypte op allerlei vlakken. De overeenkomst werd door de tien Nijlstaten ondertekend en stelt dat niemand Nijlprojecten mag uitvoeren waardoor het watervolume in Egypte afneemt. Daarnaast verkreeg Egypte het recht onderzoek en inspecties uit te voeren in het volledige gebied aan de Nijl. Het land van de farao’s ziet elke verandering in dit akkoord als een strategische bedreiging. Niet verwonderlijk overigens, want Egypte bestaat immers dankzij de Nijl.
Intussen verhogen de bevolkingsexplosie, de armoede en de vele droogtes in de Nijlstaten de druk om het koloniale pact te herzien. De betrokken landen noemen het akkoord uit 1929 verouderd en ongeldig, en pleiten voor een annulering. De overeenkomst van 1959 tussen Soedan en Egypte bood geen oplossing voor de andere Nijlstaten en jarenlange pogingen tot overleg leverden veel woorden maar weinig resultaat op. In februari 1999 onderschreven de tien betrokken landen het Nile Basin Initiative (NBI).
Ze beloofden samen te werken rond waterbeheer en -voorziening, en organiseren tot op vandaag bijeenkomsten. Veel vooruitgang wordt er nog steeds niet geboekt, want Egypte blijft zich angstvallig vastklampen aan het gedateerde verdrag. De crisisgesprekken die het NBI in maart organiseerde, verliepen dan ook erg moeizaam. Begin maart besprak een comité van technische experts uit de tien Nijlstaten de verdeling van het Nijlwater en de houdbaarheid van de waterverdragen. Tijdens de ministeriële ontmoeting midden maart eisten alle landen behalve Egypte en Soedan een nieuw verdrag. Toch is er concreet nog niets aan de situatie veranderd.
Vooral Ethiopië en Egypte zitten elkaar in de haren. De economieën van beide landen steunen grotendeels op de Nijl en meer dan tachtig procent van het Nijlwater in Egypte komt uit Ethiopië. Ethiopië zwaait met plannen voor irrigatie en hydro-elektrische dammen. Egypte praat met Somalië en Eritrea, buurlanden van Ethiopië, om de controle te behouden. Egypte slaat ook Kenia, Tanzania en Oeganda met argusogen gade. Deze landen lappen de postkoloniale beperkingen steeds meer aan hun laars. Kenia gaf in december te kennen dat het zich wil terugtrekken uit het verdrag van 1929. Een oorlogsdaad, zo stelde Egypte. In Tanzania wordt een “drinkwaterproject” oogluikend toegelaten om erger te voorkomen. In werkelijkheid gaat het om een irrigatieproject dat het hoofd moet bieden aan droogtes, bodemerosie en woestijnvorming. Oeganda ten slotte droomt van grootschalige hydro-elektrische projecten aan de Nijl.
Boutros Ghali, ooit Egyptes minister van Buitenlandse Zaken en secretaris-generaal van de VN, voorspelde in 1988: ‘De volgende oorlog in onze regio zal over water gaan, niet over politiek.’ Deze woorden zijn vandaag brandend actueel. Gelukkig zijn de verschillende partijen nog bereid met elkaar aan tafel te zitten. In mei staat er een nieuwe ministeriële ontmoeting op de agenda. Analisten voorspellen een meer gematigde houding van Egypte.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift