Dossier-Belliraj: de rol van buitenlanse geheime diensten

De affaire-Belliraj blijft omgeven door mist –ook na het proces in Marokko. Een van de vragen die open blijven is welke rol buitenlandse geheime diensten hebben gespeeld in de loopbaan van Belliraj. Zijn er naast de Belgische Staatsveiligheid en de Marokkaanse geheime dienst DGED nog inlichtingendiensten betrokken?

Volgens de verklaringen die Abdelkader Belliraj aan de Marokkaanse politie aflegde, wist hij gedurende decennia een enorm netwerk op te bouwen in radicale kringen wereldwijd. De vraag is hoelang je contacten kunt onderhouden met organisaties als de Mouvement Islamique Révolutionaire Marocain, het Front du Salut Populaire, Aboe Nidal, de Groupe Islamique Combattant Maroccain, Al Qaeda en co zonder in de radar van allerhande geheime diensten te lopen. Radicale kringen in de gaten te houden is immers een van de belangrijkste taken van de intelligence-wereld –zeker sinds 9/11.

Alain Winants, administrateur-generaal van de Staatsveiligheid: ‘Ik denk dat uw démarche erin bestaat te zeggen: “De zaak is zo enorm groot dat het noodzakelijkerwijze zo moet zijn dat er buitenlandse diensten betrokken zijn.” Ik kan dat bevestigen noch ontkennen.’

Volgens Winants heeft de Staatsveiligheid ‘geen enkele aanduiding van implicaties van buitenlandse geheime diensten’ in de zaak-Belliraj. 

Debriefing

Opvallend aan de 58 pagina’s verklaringen die Belliraj aflegde aan de Marokkaanse politie, is dat ze veeleer lezen als een debriefing van een informant dan als een schuldbekentenis van een misdadiger. Wilde Belliraj indruk maken op zijn ondervragers en hen laten verstaan dat ze met een big fish te doen hadden? Het is een van de vele mogelijke pistes.

Verschillende goedgeïnformeerde bronnen uit de Belgische politie- en inlichtingenwereld stellen in ieder geval dat ‘Belliraj van verschillende ruiven heeft gegeten’ –lees: hij werkte voor meerdere diensten.

Operationele samenwerking

Het Comité I schrijft in zijn Jaarverslag 2008  dat het ‘tot op heden niet kon vaststellen dat de Staatsveiligheid over gegevens beschikte die kunnen doen besluiten dat Belliraj of de andere gearresteerden gewerkt zouden hebben met een of meerdere buitenlandse inlichtingendiensten die actief zijn in België.’

Wat het Comité I niet in zijn jaarverslag vermeldde, maar op 10 april 2008 wel bekendmaakte aan zijn parlementaire begeleidingscommissie, is dat Abdelkader Belliraj ‘waarschijnlijk heeft gewerkt voor een buitenlandse geheime dienst’. Het is opmerkelijk dat zulke cruciale informatie niet in het jaarverslag is weerhouden.

Volgens krant De Morgen informeerde het Comité I zijn begeleidingscommissie bovendien over een ‘tijdelijke en intensieve operationele samenwerking tussen de Belgische Staatsveiligheid en een buitenlandse geheime dienst’ rond Belliraj.

Brussel-Parijs

De contacten tussen de Belgische en Franse geheime diensten, en zeker tussen individuen binnen die diensten, zijn historisch gezien altijd heel nauw geweest. Een voorbeeld: na de aanslagen in Casablanca in 2003 vertrok André Jacob van de Staatsveiligheid samen met een collega van de Franse geheime dienst naar Rabat om de plaatsen van délict te bezoeken.

Hebben België en Frankrijk samengewerkt rond de persoon van Abdelkader Belliraj? Het blijft voorlopig een hypothese, bewijzen zijn er niet.

‘Saoedische imam was een spion’

De Saoedische imam Abdallah Al Ahdal van de Grote Moskee in Brussel werd op 29 maart 1989 samen met zijn adjunct neergeknald. Motief? De toenmalige rijkswacht hechtte vooral geloof aan een spoor rond corruptie op de Saoedische ambassade, volgens het Marokkaanse gerecht gebeurde de aanslag door Belliraj en co in opdracht van de Palestijnse organiatie Aboe Nidal.

Belliraj zelf verklaarde aan de Marokkaanse politie dat Abdallah Al Ahdal in feite werkte voor de inlichtingendienst van Saoedi-Arabië. In hoeverre speelt de strijd tussen verschillende grote inlichtingendiensten om invloed in de internationale stad Brussel een rol in de affaire-Belliraj?

Aboe Nidal en de Mossad

Belliraj werd in Marokko veroordeeld voor een aantal moorden die hij in opdracht zou hebben gepleegd van de Palestijnse terrorist Aboe Nidal. In de jaren tachtig sloeg Nidals terreurorganisatie niet enkel in België maar in heel wat landen toe.

Interessant is wat journalist Patrick Seale in de biografie Abu Nidal, A Gun For Hire (1991) over Aboe Nidal schrijft. Volgens Seale was de organisatie geïnfiltreerd door de Israëlische geheime dienst Mossad. Seale laat onder meer Abu Iyad, de toenmalige chef van de inlichtingendienst van de PLO, aan het woord over terroristische aanslagen van Aboe Nidal:
 
‘Op sommige momementen waren we niet zeker of Aboe Nidal of de Mossad verantwoordelijk was.’ De Mossad-agenten die Abu Iyad in gedachten had waren waarschijnlijk opgeleid in Marokko, waar de Marokkaanse regering en de CIA een merkwaardige intelligence school runnen gespecialiseerd in Palestijnse zaken.

Ik hoorde over deze school via verschillende intelligence bronnen, zowel Arabische als westerse. Ze vertelden me dat de CIA, die nauw samenwerkt met Israël op Palestijnse zaken, ook de Mossad in de samenwerking had betrokken. De studenten zijn meestal jonge Noord-Afrikanen die in Europa gerecruteerd worden en vervolgens in Marokko worden getraind als spion.

 Ze volgen lessen over de verschillende Palestijnse facties, en bestuderen de leidersfiguren, structuren, ideologie en operaties –zodat ze op het einde van de lessen het jargon van deze organisaties weten te hanteren. Alle belangrijke groeperingen worden bestudeerd.

Eens de opleiding is voltooid, worden de jongeren terug naar Europa gestuurd, waar ze in cafés rondhangen, andere Arabieren ontmoeten en met hen spreken in de taal die hen is aangeleerd. De hoop is dat ze uiteindelijk door de groep worden opgenomen die ze hebben leren nabootsen –zodat de Marokkanen, de CIA en de Mossad hen kunnen gebruiken. Sommige afgestudeerden van de spionnenschool worden informanten, anderen plannen operaties en nog anderen worden zelfs opgeleid om ideoloog te spelen in de groepen waarin ze infiltreren. Sommigen zijn moordenaars.’

Nog los van de vraag of Belliraj bij zo een structuur betrokken was, staat vast dat de milieus waarin hij zich als een vis in het water voelde, geïnfiltreerd waren door inlichtingendiensten van verschillende landen, waaronder Marokko, Israël en de VS.

CIA geïnteresseerd in Belliraj

Geen wonder dus dat de CIA erg geïnteresseerd was in Belliraj nadat hij op 18 februari 2008 in Marokko gearresteerd werd. Binnen de kortste keren stuurden de VS een team van FBI- en CIA-agenten naar Marokko om het netwerk van Belliraj onder de loep te nemen en om DNA-stalen te vergelijken met die van Al Qaeda-aanslagen.

De CIA nam in die periode ook contact op met de Belgische politie voor meer informatie over Belliraj. Daarbij was het opvallend hoe goed de CIA al over de Marokkaanse Belg geïnformeerd was. Niet vergeten overigens dat Marokko en de VS nauwe bondgenoten zijn in de strijd tegen terrorisme.

Alain Winants nuanceert echter: het is niet omdat de CIA in België informatie inwint over Belliraj, dat ze in het verleden met Belliraj zou hebben gewerkt. Winants: ‘Het feit dat een inlichtingendienst zich richt tot een andere dienst omdat een persoon met de Belgische nationaliteit in een derde land wordt aangehouden, lijkt geen aanduiding te zijn van het feit dat die eerste dienst betrokken partij zou zijn in de hele zaak. Als morgen in België een terroristisch netwerk wordt opgerold, dan zullen alle inlichingendiensten van de planeet ons komen vragen: wie zijn die personen?

Osama Bin Laden

Toch blijft de vraag of de CIA niet al minstens in 2001 Belliraj op de voet volgde. Dat jaar zou hij naar eigen zeggen in Afghanistan Bin Laden en Al Zawahiri hebben ontmoet. Eén week voor 9/11 nota bene, en dus in dezelfde periode dat commandant Ahmed Shah Massoed werd vermoord door twee terroristen met Belgische paspoorten.

Als de CIA zich niet voor figuren als Belliraj interesseerde, voor wie dan wel? Alain Winants: ‘Dat zij zich daaraan interesseren, lijkt mij totaal legitiem. Maar dat betekent niet dat ik ga bevestigen of ontkennen dat mijnheer B. in Afghanistan is geweest en met Al Zawahiri koffie is gaan drinken.’

Algerijnse spionnen in Brussel

Belliraj werd verschillende keren in Algerije gesignaleerd (1988, 1990, 1992), zou er in contact zijn gekomen met Aboe Nidal, en woonde er ook een tijdje. Verder is Belliraj’ tweede echtgenote een Algerijnse. Volgens Belliraj’ tweede advocaat Mohamed Ziane waren bovendien de wapens die in het kader van de zaak-Belliraj in Marokko ontdekt werden eigenlijk bestemd voor het Algerijnse Front Islamique du Salut. Dat alles samen maakt dat ook de Algerijnse geheime dienst zich ging interesseren voor Abdelkader Belliraj.

Volgens het Marokkaanse weekblad La Gazette du Maroc (28.3.08-3.4.08) zou de Algerijnse geheime dienst DRS (Département du Renseignement de la Sécurité) onder leiding van generaal Taoufiq Médiène na de arrestatie van Belliraj zich bijzonder geïnteresseerd hebben getoond. ‘De Algerijnse diensten hebben onmiddellijk een groepje agenten verzameld en uitgestuurd naar Brussel om een deel van het dossier in handen te krijgen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift