De moeizame zoektocht van onze universiteiten naar een divers curriculum

Een gedekoloniseerde universiteit kan ook de blik van de Dorpsstraat verruimen

© Siska Gremmelprez / Belga

Als onze universiteiten en hogescholen de komende generaties doordringen van die interculturele wisselwerking en de relativiteit van het ‘eigene’, bewijzen ze de toekomst een dienst.

Onze universiteiten erkennen dat ze in hun curricula te weinig aandacht hebben voor de niet-westerse wereld. Helemaal vrijblijvend is dat niet, want hogescholen en universiteiten bepalen mee of het eurocentrisme van de Dorpsstraat kan worden doorbroken. ‘Een student kan makkelijk filosoof worden zonder ingeleid te worden tot enige filosofie buiten de westerse traditie.’

Vorig jaar onderzocht een werkgroep van de KU Leuven in hoeverre een aantal lespakketten van de humane wetenschappen openstond voor de wereld in haar diversiteit. Uit het rapport van de groep, onder leiding van Carine Defoort, professor Chinese Studies, bleek dat de universiteit haar ambitie om open en internationaal te zijn niet echt waarmaakt.

‘De Noord-Zuidrelatie wordt opgevat als een leraar-leerlingrelatie, waarbij kennis en knowhow worden doorgegeven van Noord naar Zuid, en zelden in de andere richting’, aldus Defoort. ‘Elke verwijzing naar deze impliciete standaardpositie wordt beschouwd als een aanval op de universele wetenschap.’

Om een eerste zicht te krijgen op hoe het met die openheid gesteld is, werd niet gewerkt met meer omstreden termen als culturen of beschavingen, maar met zogenaamde ‘regio’s’. Het rapport maakt een onderscheid tussen de westerse wereld (West-Europa, Noord-Amerika en Australië), de niet-westerse wereld (Azië en Afrika), en een tussenzone van Westen/niet-Westen (Oost-Europa, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten).

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De studie werd vooral uitgevoerd op het curriculum van het academiejaar 2017-18. Uit het rapport blijkt dat de studierichting filosofie toen nauwelijks aandacht ­besteedde aan niet-westerse denkers. Maar 4% van de vakken – allemaal keuzevakken bovendien – ­boden de studenten een perspectief dat niet westers is. ‘Een student kan makkelijk filosoof worden zonder ingeleid te worden tot enige filosofie buiten de westerse traditie,’ luidde de conclusie.

In de afdeling geschiedenis werd in 2017-18 maar 7% van de cursussen direct aandacht besteed aan geschiedenis die zich buiten het Westen afspeelde. Sindsdien zette de studierichting wel stappen: bachelorstudenten zijn nu verplicht om minstens één cursus te volgen die hen in contact brengt met regio’s buiten het Westen.

De werkgroep stelt vast dat andere afdelingen van de faculteit Letteren – zoals Musicologie, Kunstgeschiedenis, Literatuur en Taalkunde – nog minder openstonden voor andere regio’s.

In de faculteit Theologie ging 72% van de aandacht naar westerse religies. Ook hier kon iemand afstuderen als ‘master in de theologie en religieuze wetenschappen’ zonder enige cursus die focust op niet-westerse elementen.

In de Politieke Wetenschappen besteedde 15% van de cursussen aandacht aan regio’s buiten het Westen, maar alleen op masterniveau. In de Sociologie en de Economie waren niet-westerse invalshoeken zo goed als afwezig.

CC0

‘De Noord-Zuidrelatie wordt opgevat als een leraar-leerlingrelatie, waarbij kennis en knowhow worden doorgegeven van Noord naar Zuid, en zelden in de andere richting.’

En in Amerika of China?

De werkgroep onderzocht ook hoe universiteiten in andere landen met deze kwestie omspringen. Daaruit blijkt dat in de geschiedenisafdelingen aan topuniversiteiten in de Verenigde Staten, China en Taiwan de helft van de cursussen gericht is op andere regio’s dan de eigen regio (vergelijk met de 80% voor de eigen regio in Leuven). In lager gequoteerde universiteiten loopt de aandacht voor de eigen regio weer op.

Een heel ander beeld doemt op in filosofieafdelingen. Aan Amerikaanse universiteiten besteden die amper aandacht (2 tot 4% van de cursussen) aan niet-westers denken. Bij filosofiestudies aan Chinese universiteiten daarentegen, wordt in bijna 70% van de cursussen aandacht besteed aan wijsbegeerte die van buiten ‘Groot China’ komt – niet alleen van westerse filosofie overigens.

‘De geschiedenis van de wijsbegeerte’ wordt het best ‘de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte’ genoemd,  als alleen westerse denkers aan bod komen.

Aanbevelingen

De werkgroep wil met vier aanbevelingen de openheid van het curriculum stimuleren. Alle studenten zouden een of twee verplichte cursussen naar keuze moeten volgen over een andere regio dan het Westen.

De tweede aanbeveling wil de impliciete beperking tot het Westen van de meeste cursussen expliciet maken. ‘De geschiedenis van de wijsbegeerte’ wordt het best ‘de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte’ genoemd, als alleen westerse denkers aan bod komen.

Aanbeveling drie wil dat studierichtingen ook niet-westerse experten in dienst nemen. En de vierde aanbeveling, ten slotte, is om studierichtingen niet langer financieel te bestraffen als hun studenten een cursus buiten de eigen afdeling volgen. Dat leidt ertoe dat studierichtingen zulke keuzes neigen te ontraden.  

Reacties

Op het symposium waar de studie werd voorgesteld, stelde Peter Lievens, professor natuurkunde en vicerector, bevoegd voor internationalisering, dat de eerste twee aanbevelingen op zich geen probleem konden vormen. Hij erkende vervolgens wel dat de faculteiten zelf het een en ander zullen moeten waarmaken, want het rectoraat heeft daar weinig vat op.

Volgens Lievens zit de financiering heel complex in elkaar, maar vergoedt ze in principe de studierichting die het pedagogische werk effectief verricht. Naar zijn oordeel was het allesbehalve evident om daarvan af te stappen.

Gerd van Riel, decaan van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW), wierp op dat de studie achterhaald was, en dat er sindsdien al heel wat is veranderd. ‘De situatie is beter dan hoe het rapport haar voorstelt. Studenten kunnen niet afstuderen aan onze faculteit, zonder minstens één vak over niet-westerse filosofie te hebben gevolgd. Veel basiscursussen gaan bovendien expliciet in op niet-westerse perspectieven.’ Toch gaf ook van Riel grif toe dat ze ‘er allerminst klaar mee zijn.’

Deze discussie gaat overigens niet alleen om principes en gelijkheid. De kwaliteit van de kennis kan er alleen maar wel bij varen als wetenschappers in contact komen met meerdere kaders en registers. Wie zegt universele kennis te produceren, moet de hele ­wereld in rekening brengen, niet ­alleen de westerse wereld.

‘We leren beter appreciëren hoezeer niet-westerse onderzoekers zich aanpassen aan onze denkkaders, ­begrippen, tijdrekening, talen … als we zelf die mentale flexibiliteit aan de dag moeten leggen’, onderstreept professor Defoort.

Geen beleid

Ook aan de Universiteit Gent beweegt er op dat vlak heel wat, benadrukt Gita Deneckere. ‘Een deel van onze studenten liet in een open brief weten dat ze andere perspectieven wil leren kennen dan alleen het westerse’, zegt de professor in de geschiedenis en decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Dat leidde onder meer tot een gesprekkenreeks over dekolonisering en literatuur met journaliste en literatuurwetenschapster Warda El-Kaddouri als curator.

‘In plaats van louter lezingen van professoren verbonden aan de faculteit te organiseren, hebben we dat nu opengetrokken naar gesprekken met experten over dekolonisering in verband met de canon, koloniale literatuur, bibliotheken en archieven enzovoort. Heel wat volk van buitenaf woonde de gesprekken bij, niet alleen de studenten van de faculteit zelf. Mensen uit de erfgoed- en museumsector en van boekhandels, literatuurliefhebbers, studenten van andere universiteiten en noem maar op. Het was een erg divers publiek, en ik had het gevoel dat dit het begin was van een gesprek.’

Deneckere beaamt dat de gesprekkenreeks leefde aan de universiteit. ‘Er waren ook veel professoren aanwezig op de openingsavond, gaandeweg werd het wat minder. Sommigen reageerden wat defensief met de opmerking dat ze dit toch al deden.’

El-Kaddouri omschrijft dekoloniseren als het identificeren én ontmantelen van al die effecten van het kolonialisme die ook na de politieke dekolonisering bleven bestaan. Woorden bijvoorbeeld, maar ook beelden, namen of gedachten. Het gaat over het ontleren van het verhaal van wat beschaving is. Over wat esthetiek of expertise is, wat superioriteit is en over wie wat mag zeggen op een bepaalde plaats, op een bepaald moment.

CC0

‘Begrijpen hoe alle culturen elkaar hebben beïnvloed en uiteindelijk in een complex web van uitwisseling de menselijke beschaving hebben vooruit gestuwd, is een grote maar interessante uitdaging voor de wetenschap en het onderwijs.’

De universiteit is bij uitstek de plek waar dat moet gebeuren. Want waar anders worden vragen gesteld over wat kennis en objectiviteit is? Waar komt kennis vandaan, en hoe wordt ze doorgegeven? Zulke vragen leggen meteen de pijnpunten binnen de universiteit bloot, bijvoorbeeld het curriculum, het personeelsbestand of de pedagogische methodieken.

‘Wat ook niet helpt, is dat de niet-westerse opleidingen zich ook fysiek op een andere locatie bevinden, in een ander gebouw.’

El-Kaddouri heeft de indruk dat de UGent er wel werk van wil maken, althans de faculteit die zij kent, Letteren en Wijsbegeerte. ‘Daar leeft het wel,’ zegt ze, ‘maar voor veel mensen is het allemaal nieuw. Er is nog niet echt een beleid, en er is een gebrek aan expertise. Het hangt af van de mensen die er zin in hebben. Ook zou ik nog het gesprek willen voeren over hoe we het duurzamer kunnen maken.’

Deneckere geeft toe dat er nog veel werk is maar dat in verschillende opleidingen toch al een zekere weg is afgelegd. Eric Vanhaute, om een voorbeeld te noemen, geeft al sinds de jaren ‘90 het stamvak Wereldgeschiedenis met als centraal referentiekader de wereld-systeemtheorie van Immanuel Wallerstein. Die theorie beschrijft, vanuit een marxistisch kader, de veranderende machtsverhoudingen in het kapitalistische wereldsysteem sinds de 15de eeuw. Verschillende regio’s kregen in de loop der eeuwen andere posities toebedeeld in het wereldsysteem. Vaak maakte men dan gebruik van vooroordelen om de ongelijke machtsverdeling te rechtvaardigen.

‘Dat we zulke theorieën behandelden was destijds revolutionair, maar we zijn daarin niet blijven steken’, zegt Deneckere. ‘Een meer antropologische visie op geschiedenis en wereldbeelden deed intussen opgeld. De Indiase historicus Dipesh Chakrabarty, bijvoorbeeld, heeft Europa “geprovincialiseerd”. Dat zijn heel andere visies op hoe de wereld werkt en die zijn hier en daar in het opleidingsaanbod terug te vinden.’

Daarnaast beschikken de niet-westerse opleidingen volgens Deneckere over veel kennis over China, India, het Midden-Oosten en Afrika in de opleiding Oosterse en Afrikaanse talen en culturen, maar ‘die blijft vooralsnog te veel opgesloten in die studierichtingen. Ze trekken relatief weinig studenten aan, en studenten uit andere studierichtingen komen nog te weinig in contact met die kennis. De grondige studie van de vreemde taal werkt nog te veel als drempel. Dat blijft een werkpunt.’

El-Kaddouri is het ermee eens dat in de vakgroep Talen en Culturen veel kennis over andere regio’s zit. ‘Dat blijft inderdaad te veel afgezonderd als niet-westers tegenover de rest van faculteit.’  

Aangepaste titels

Kunnen aangepaste cursustitels, zoals de tweede aanbeveling van de werkgroep luidt, helpen om het gesprek over de openheid van het curriculum aan te zwengelen? El-Kaddouri verwijst in dat verband naar de cursus Historisch overzicht van de wijsbegeerte van professor Johan Braeckman. ‘Een boeiende cursus, maar de titel doet geen recht aan het feit dat alleen westerse filosofen aan bod komen.’

Braeckman zelf erkent het probleem: ‘Die titel bestond al lang voordat ik die cursus begon te doceren, ik zag geen reden om die te wijzigen. Ik heb er weleens aan gedacht om er “westerse” aan toe te voegen, maar eerlijk gezegd vind ik dat nogal triviaal.’

‘Vanzelfsprekend gaat het over westerse wijsbegeerte, niet over “de” wijsbegeerte. Ik wijs daar – voor de zekerheid — op in een van de eerste lessen, en geef daar ook uitleg bij. Ik wil best aan een volgende druk van het bijbehorende handboek – De rivier van Herakleitos. Een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte – “westerse” toevoegen, maar ik zou niet goed weten wat dat oplost.’

‘Als we niet-westerse filosofen bespreken, komt dan ook hún antisemitisme en seksisme aan bod?’

Je kunt daar overigens heel ver in gaan, werpt Braeckman op. ‘Voegen we dan bij een cursus over de geschiedenis van België in de toekomst “een westerse blik” toe? Geldt dat alleen voor de menswetenschappen of ook voor fysica, geneeskunde en biologie?’

‘Dat Voltaire en Hume en Kant soms seksistisch of racistisch of antisemitisch waren komt aan bod in mijn cursus. Maar waar trek je de lijn? Als we niet-westerse filosofen bespreken, komt dan ook hún antisemitisme en seksisme aan bod?’

Braeckman vindt de titels van cursussen niet zozeer het probleem, maar eerder het gebrek aan middelen om mensen aan te werven die ook niet-westerse wijsbegeerte, niet-westerse muziekgeschiedenis en noem maar op kunnen doceren.

‘Zelf ben ik daar niet bevoegd voor, net zoals bijna alle collega’s van mijn vakgroep. We moeten dus extra proffen benoemen, die kennis van zaken hebben. Niemand van onze vakgroep zal daartegen bezwaar hebben, maar het is al vechten voor een positie als deeltijds assistent…’

Of het misschien vlotter zou gaan als Vlaamse universiteiten gezamenlijk zulke docenten met niet-westerse expertises zouden aantrekken? ‘De suggestie om mensen gezamenlijk aan te werven, vind ik prima,’ zegt Braeckman.

‘Daar moeten (vice)rectoren, decanen, opleidingscommissies en dergelijke zich dan over buigen. Een hele klus: het studieprogramma zit al eivol, het is zeer moeilijk om een cursus toegevoegd te krijgen (nog los van de financiële overwegingen).’

Braeckman geeft ten slotte nog een anekdote mee ter overweging. ‘Een Afrikaanse doctoraatsstudent van mij doceert filosofie in Ethiopië. Hij bespreekt er “westerse” filosofen, zoals Locke, Voltaire, Montesquieu e.a., omdat er behoefte is aan meer kennis over basisaspecten van de democratie.’ 

‘Beschavingen steunen op elkaar’

Volgens El-Kaddouri is het curriculum van de universiteiten nog altijd doordrongen van de koloniale erfenis. Witte, westerse intellectuele tradities worden daarbij niet alleen als superieur, maar ook als universeel beschouwd. Niet-witte mensen zijn afwezig of worden stereotiep of paternalistisch voorgesteld.

Dekoloniseren gaat verder dan het schrappen van westerse denkers, of het toevoegen van niet-westerse; het gaat om het toevoegen en corrigeren van wat feitelijk is. Hegel en Kant moeten niet uit het curriculum worden geschrapt, maar vertel over hun racistische en seksistische denkbeelden en hoe die ons huidige denken beïnvloeden. En vertel ons hoe ze inspiratie haalden uit andere niet-westerse culturen. De Arabieren en moslims, bijvoorbeeld, waren tussen de 8ste en 15de eeuw meer dan zomaar een doorgeefluik van vertalers.

Dekoloniseren gaat verder dan het schrappen van westerse denkers, of het toevoegen van niet-westerse.

Dat sluit aan bij wat historicus en doctor in de filosofie, Koert Debeuf, schreef in een reactie op de discussie over het Leuvense curriculum.

Onze universiteiten moeten niet alleen andere culturen bestuderen, meent Debeuf. Ze moeten tevens erkennen en weergeven dat wat doorgaans als Europese ideeën wordt omschreven, in werkelijkheid heel vaak steunt op niet-Europese ideeën. Als voorbeeld geeft hij onder meer onze kalender of onze cijfers, die schatplichtig zijn aan niet-Europese culturen.

‘Andere culturen bestuderen, is een eerste stap. Begrijpen hoe alle culturen elkaar hebben beïnvloed en uiteindelijk in een complex web van uitwisseling de menselijke beschaving hebben vooruit gestuwd, is een grote maar interessante uitdaging voor de wetenschap en het onderwijs,’ zo omschrijft Debeuf wat dekolonisering zou moeten inhouden.

CC0

Een beter begrip van ‘waar we zelf vandaan komen en wat de ander heeft meegemaakt’ kan bijdragen tot een betere verstandhouding binnen samenlevingen én tussen staten.

Dorpsstraat

Wat de universiteit op dat gebied doet, hangt nauw samen met wat in de Vlaamse straten, cafés en sportterreinen gedacht en gezegd wordt. Paul Buschmann, de Gentse faculteitsbibliothecaris Letteren en Wijsbegeerte, zegt in een mooie tekst dat de bibliotheek zich niet alleen moet bezinnen over welke stukken ze aanbiedt, maar ook over hoe ze die aanbiedt.

De huidige classificaties zijn een erfenis uit het verleden en leggen soms goed de toenmalige tijdgeest bloot. Ze bestendigen een bepaalde witte of eurocentrische blik op kennis en zijn – wie weet – toxisch voor de huidige tijdgeest.

Buschmann illustreert dat ‘toxische’ met hoe basketbalclub Okapi Aalstar onlangs haar cheerleaders het plein op stuurde, verkleed als Zwarte Pieten, inclusief krulhaar.

Toen Antwerp-speler Jean-Marc Mwema daarover zijn verontwaardiging uitte, haalde de Aalsterse pr-man, Sven De Smet, hard uit: ‘Jean-Marc, volgend jaar zijn al onze dansers zo zwart als wat! In Aalst doen we niet mee met de hysterie van een extreem kleine minderheidsgroep! Traditie is zo zwart als roet! Die zever ben ik kotsbeu. Wij zijn Aalst! Volgend jaar vragen we de fans ook als Piet te komen…’

Een leerzame reactie, meent Buschmann. Ze toont hoe gevoelig het allemaal ligt, hoe moeilijk het is de gevoeligheden van anderen te zien. Bovendien lijkt men niet te beseffen dat een okapi een dier is uit Afrika, en dat basketbal in Massachusetts werd uitgevonden.

Buschmann legt zo een mooi verband tussen de academische discussie en het maatschappelijke leven. Die staan inderdaad niet los van elkaar. Een beter begrip van ‘waar we zelf vandaan komen en wat de ander heeft meegemaakt’ kan bijdragen tot een betere verstandhouding binnen samenlevingen én tussen staten.

Dat is geen overbodige luxe in een wereld waar de spanningen oplopen. Als onze universiteiten en hogescholen de komende generaties doordringen van die interculturele wisselwerking en de relativiteit van het “eigene” bewijzen ze de toekomst een dienst.

Deze analyse werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur