WTO: de trein der traagheid

WTO: de trein der traagheid
Cancun: een maat voor niets?

WTO: de trein der traagheid


Van 10 tot 14 september houdt de Wereldhandelsorganisatie (WTO) haar vijfde ministeriële conferentie in het Mexicaanse Cancun. José Bové, het Frans icoon van de andersglobalisten, heeft al aangekondigd dat hij hoopt om van Cancun net zo’n grote mislukking te maken als van Seattle, vier jaar geleden. In Seattle liep de ministerconferentie van de WTO - die om de twee jaar plaatsvindt -met een totale sisser af: er moest een onderhandelingsagenda worden afgesproken, en dat lukte niet.
De massale manifestaties tegen de WTO blokkeerden op een bepaald moment zelfs de toegang de vergaderzaal, het werd voor de ogen van de hele wereld de battle of Seattle. Of het in Cancun opnieuw zo’n vaart loopt, valt af te wachten. Feit is dat er nu, anders dan in Seattle, wél al een onderhandelingsagenda voorligt, de zogenaamde Doha Ontwikkelings Agenda (DOA). Dat is het werkprogramma dat twee jaar geleden werd afgesproken op de conferentie in Doha, de hoofdstad van het Golfstaatje Qatar.
Die conferentie vond plaats in een onzekere politieke situatie- want twee maanden na de aanslagen op New York en Washington - en met een verzwakkende economie. Die context werd ingeroepen om de WTO-leden, en dan vooral de ontwikkelingslanden, onder druk te zetten om een ambitieus onderhandelingsprogramma te aanvaarden. ‘De wereld heeft nood aan zo’n signaal’, heette het.
Vele ontwikkelingslanden waren echter niet geneigd nieuwe engagementen aan te gaan omdat ze ontgoocheld waren over de resultaten van de Uruguayronde, het vorige grote handelsakkoord dat in 1995 werd ondertekend, en ondermeer de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie tot gevolg had. Ze wilden liever eerst onderzoeken waarom er van de verwachte resultaten van de Uruguayronde zo weinig in huis was gekomen. Dezelfde ontevredenheid was in 1999 al een van de redenen waarom Seattle zo’n mislukking werd.
De andere redenen waren dat de EU en de VS niet aan hetzelfde zeel trokken, en de massale manifestaties van andersglobalisten. Hun sterk gemediatiseerde acties zetten hen en hun kritiek op de WTO voorgoed op de politieke wereldkaart. Na Seattle werden zowat alle bijeenkomsten van internationale organisaties die geassocieerd werden met het neoliberalisme- van IMF en Wereldbank over de G7 tot de EU- het voorwerp van directe acties.
Doha dreigde in 2001 datzelfde lot te ondergaan, maar er was de WTO veel aan gelegen om te voorkomen dat Doha een tweede Seattle werd. Dus moest er gewerkt worden aan de oorzaken van de mislukking in Seattle. Dat “werk” begon al met de keuze van Doha als vergaderplaats. In Doha was het immers moeilijk om massamanifestaties te houden: er woont weinig volk, en de toestroom van buitenlandse andersglobalisten kon door de lokale overheid worden afgeremd.
Verder was er in Doha wel overeenstemming tussen de EU en de VS dat er een goede tekst moest komen. Het voornaamste probleem zat bij de morrende ontwikkelingslanden. Die werden met een compromis, en heel wat druk, over de streep getrokken. Stuart Harbinson, voorzitter van de Algemene Raad van de WTO, legde de conferentie ‘op eigen verantwoordelijkheid’ een ontwerptekst voor. Dat was dus een tekst waar geen consensus over bestond, en waarin veel nieuwe onderhandelingsmaterie stond waartegen de ontwikkelingslanden zich steevast hadden verzet.
In ruil onderstreepte de tekst wel voortdurend dat de noden van de ontwikkelingslanden in het hart van de nieuwe Agenda zouden staan. Uiteindelijk raakte Harbinsons tekst zonder al te veel wijzigingen goedgekeurd. De ontwikkelingslanden kregen te horen dat wie niet tekende, de ineenstorting van het handelssysteem op zijn geweten had. Ontwikkelingslanden zijn gevoelig voor druk omdat ze zo afhankelijk zijn buitenlandse hulp. Op die manier werd Doha gered: de WTO-wagen stond weer op de rails. Twee jaar later staat de trein daar nog, min of meer op dezelfde plaats. De onderhandelaars zijn bijna nergens eens over geraakt. (jvd)

Cancun: een maat voor niets?


‘Probeer maar niet verder, er is eigenlijk over niets een akkoord’, reageert een ambtenaar die de onderhandelingen op de voet volgt, als we de tekst van de Doha Ontwikkelingsagenda (DOA) overlopen, op zoek naar vooruitgang. Zowat alle objectieven waarop een datum was gezet, werden niet gehaald.
De zogenaamde implementation issues (die te maken hebben met de problemen van ontwikkelingslanden om het Uruguay-akkoord uit te voeren, en met de volgens hen ontgoochelende resultaten van dat akkoord, jvd) zouden prioritair behandeld worden. Ze zijn immers cruciaal voor de ontwikkelingslanden. Tegen eind 2002 zou er een rapport met passende acties voorliggen. ‘Zo goed als niks’, schat diezelfde ambtenaar de vooruitgang ter zake in.
Wat betreft de vrijmaking van de handel in diensten, het zogenaamde GATS-akkoord, zit het onderhandelingsproces weliswaar op schema, maar de Europese onderhandelaars noemen de kwaliteit van het aanbod laag. Vrij vertaald: de meeste ontwikkelingslanden willen veel minder ver gaan in het liberaliseren van hun economieën dan de EU verhoopt had.
Voorts is er de moeilijke verhouding tussen de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en de toegang tot geneesmiddelen. In Doha was dit een van de grote knelpunten, ondermeer door de processen die de farmaceutische sector had aangespannen tegen de Zuid-Afrikaanse regering omdat die aids-medicijnen wilde laten namaken. In de politieke verklaring van Doha erkenden de regeringen dat landen in een noodsituatie medicijnen mogen namaken. Dat was enkel een oplossing voor landen als India, Brazilië of Zuid-Afrika, die over een eigen farma-industrie beschikken. Voor de meeste andere ontwikkelingslanden beloofde de tekst voor eind 2002 een oplossing. Ook dat is niet gelukt.
Tot slot is er landbouw. Tegen eind maart 2003 moesten er verdere toezeggingen zijn over de vermindering van handelsverstorende landbouwsteun. Ook daar is weinig van gezien. De EU verwijst uiteraard naar de recente herziening van het Europese landbouwbeleid, waarin de productiesteun wordt vervangen door inkomenssteun. Alsof inkomenssteun de concurrentiepositie niet verstoort. Toch vindt de EU dat ze daarmee een behoorlijk onderhandelingskapitaal heeft verworven en dat het nu aan anderen is om stappen te zetten. De mini-ministeriële bijeenkomst (met 25 landen uit alle continenten) van eind juli in Montreal, de laatste vóór Cancun, was vooral een voorstelling van de Europese landbouwhervorming. De VS hebben aandachtig geluisterd en de sfeer was goed, naar verluidt. Toch blijft de kans groot dat de discussie over landbouw tussen de VS en de EU de conferentie in Cancun domineert.
Dat de hele DOA-ronde in 2005 kan worden afgerond, zoals voorzien, gelooft niemand. De schattingen voor een einddatum lopen uiteen van 2007 tot het einde van het decennium. Joost Pauwelyn, hoogleraar internationaal handels- en ontwikkelingsrecht aan de universiteit van Duke in Noord-Carolina: ‘Er wordt met unanimiteit beslist in de WTO. Ik denk dat de ontwikkelingslanden dit keer alleen maar akkoord zullen gaan als er ook daadwerkelijk een resultaat komt dat de naam ontwikkelingsronde waardig is.’(jvd)
‘Het enige dat erger is dan een wereld met de verkeerde handelsregels, is een wereld zonder handelsregels. George Bush lijkt bereid de WTO te torpederen in Cancun, niet omdat haar regels onrechtvaardig zijn, maar omdat ze nog niet onrechtvaardig genoeg zijn. Hij wil een multilateraal handelssysteem vervangen door een imperiaal systeem. Dat plaatst de anderewereldbeweging ‘die ook tegen de WTO ageert’ in een heel moeilijke positie.’
George Monbiot, auteur van o.a. The Age of Consent: a Manif

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur