China staat voor grote keuzes

Waarheen gaat het Rijk van het Midden?

Het stond in de sterren geschreven dat een land dat in zijn eentje maar liefst een vijfde van de wereldbevolking vertegenwoordigt ooit zijn plaats in de wereld zou opeisen. Maar hoe machtig is China intussen eigenlijk? John Vandaele bespreekt drie boeken die een antwoord bieden op die vraag.

  • Patrick Rodwell (CC BY-NC-ND 2.0) Waarheen gaat het Rijk van het Midden? Patrick Rodwell (CC BY-NC-ND 2.0)
  • 'De ambities van China. Een volk gevangen tussen aspiratie en autoriteit' door Evan Osnos is uitgegeven door De Bezige Bij. 475 blzn. ISBN 978 90 234 9375 4
  • 'De rode miljardair. Hoe Jack Ma met Alibaba de wereld wil veroveren' door Hans Moleman is uitgegeven door Lias. 222 blzn. ISBN 978 90 8803 060 4
  • 'China’s Coming War with Asia' door Jonathan Holslag is uitgegeven door Polity Press. ISBN 978 0 7456 8824 4

Nu China een grootmacht is geworden, verschijnen steeds meer boeken over het land. De ambities van China van Evan Osnos, China-correspondent van de New York Times, is een internationale bestseller. Het boek kan alleen geschreven zijn door iemand die jarenlang in het Rijk van het Midden heeft gewoond. De ambities van China zijn immers ook de ambities van concrete Chinezen en die kun je alleen maar beschrijven als je ze leert kennen. En dat heeft Osnos gedaan.

Ambitie mocht weer in China toen partijleider Deng Xiaoping zei dat sommigen eerst rijk mochten worden. Zo kwam een koorts over het land die mensen aanzette om de droom van baishou qijia, de ‘eigenhandige verwerving van fortuin’, te verwerkelijken. Osnos brengt fortuinzoekers in beeld, maar belicht ook complexere karakters. Lin Yifu, die als jongeling van Taiwan naar China zwemt en vervolgens de eerste Chinese hoofdeconoom van de Wereldbank wordt. De blinde Chen Guangcheng, de dorpeling die zichzelf schoolt in het recht, zo mensenrechtenactivist wordt en ten slotte zijn land ontvlucht en anti-abortusstrijder in de VS wordt.

Het unieke aan het boek is dat het je een inkijk geeft in hoe vele Chinezen en de partij denken.

Osnos maakt duidelijk dat de Chinese opgang niet alleen te danken is aan het management van de Communistische Partij maar ook aan de durf, doorzetting, energie en creativiteit van individuen. Sommigen slagen, anderen eindigen verbitterd. Osnos schetst mensen van vlees en bloed in een land dat een ongelooflijke transformatie doormaakt. Een enorme vooruitgang, Osnos ontkent dat niet, maar hij eindigt zijn boek met de vaststelling dat vele Chinezen nu gefrustreerd zijn omdat ze het gevoel hebben dat de brug naar hun dromen is opgehaald.

China is immers een zeer ongelijk land geworden, geleid door een communistische aristocratie die rijk werd door corruptie. Zo is er het onwaarschijnlijke verhaal van een partijleider-spoorbaas – de broer van spoorwegminister “Grote Sprong” Liu Zhijun die meer dan 10 000 km hogesnelheidslijnen liet bouwen – die zoveel geld in zijn huis heeft liggen dat het begint te vermolmen. Het zijn die verhalen en het gebrek aan sociale mobiliteit die veel mensen kwaad maken. In die context kan de anticorruptiecampagne van de huidige partijleider Xi op veel sympathie rekenen.

Osnos schenkt ook veel aandacht aan de wijze waarop de Communistische Partij de controle probeert te behouden op wat mensen weten, een zware opdracht in dit informatietijdperk. Het ministerie van Propaganda huist in een gebouw zonder adres en telefoonnummer: het stuurt journalisten censuurberichten in de trant van ‘schenk geen aandacht aan onderwerp X of Y!’. De dienst engageert ook miljoenen Chinezen om in de sociale media de juiste geluiden te laten horen. Voor Osnos zit de Partij met een onmogelijke spagaat: ze blijft zwaaien met het banier van het socialisme (inclusief controle op het denken) in een wild kapitalisme en op een rumoerige ideeënmarkt. Zo bekeken komt deze nieuwe grootmacht minder sterk voor de dag dan je zou verwachten.

Ongetwijfeld zullen sommigen vinden dat Osnos te veel aandacht schenkt aan de problemen en te weinig aan de resultaten (zo blijft de uitbouw van sociale zekerheid onderbelicht). Het unieke aan het boek is dat het je een inkijk geeft in hoe vele Chinezen en de partij denken.

“Wereldwinkel” Alibaba

In De rode miljardair schetst Hans Moleman, China-correspondent van de Volkskrant, een portret van Jack Ma, een van de Chinezen die inderdaad fortuin maakten. Ma is de baas van Alibaba, een van ’s werelds grootste bedrijven – een soort digitale “wereldwinkel” in de zin dat alle bedrijven ter wereld er producten kunnen aanbieden in vele talen. In China telt het bedrijf 250 miljoen klanten, goed voor zestig procent van alle pakjesbestellingen.

Interessant verhaal, dat evenveel zegt over China als over grote baas Jack Ma.

Moleman beschrijft hoe Ma als jongetje aan het meer van Hangzhou bij de toeristen rondhing om Engels te leren en in 1995 in de VS belandde om namens de stad Hangzhou te bemiddelen over bepaalde contracten. Daar leerde hij via kennissen en eigen initiatief het internet kennen, en dat heeft hem niet meer losgelaten. De rest is geschiedenis: Moleman beschrijf hoe deze creatieve man, zoon van Chinese kleinkunstenaars, een imperium uitbouwt.

Hij begint met een digitale gouden gids voor grote bedrijven in een tijd dat het internet nog niet bekend is. Als die na enkele jaren succes heeft, neemt de partij die over. Ma geeft het evenwel niet op en begint met een gouden gids voor kmo’s. Dat wordt Alibaba, de digitale grot waar de consument eindeloze schatten kan vinden. Eerst in China, maar Ma wil dat het een mondiale grot wordt, dat Europese bedrijven ook hun kwaliteitsproducten, waar vraag naar is, volgens Ma, via Alibaba direct aan Chinese consumenten kunnen aanbieden.

Groot probleem is daarbij natuurlijk hoe je als consument van 10 000 kilometer verderop de kwaliteit van producten kunt beoordelen. Alibaba zegt zelf voor kwaliteitscontrole garant te staan en laat klanten ook commentaar geven op de site, maar waterdicht is dat niet. De keerzijde van het succesverhaal is dat Alibaba een niet te verzadigen groeihonger heeft – sinds de beursgang in New York bulkt het bedrijf van het geld – en op een sekte lijkt die van werknemers totale loyaliteit eist en hen een bedrijfslied laat zingen. Interessant verhaal, dat evenveel zegt over China als over Ma.

Opkomst China hoeft niet vreedzaam te zijn

Het taaist om te lezen, maar daarom niet minder relevant, is het meer academische China’s Coming War with Asia, waarin Jonathan Holslag, China-specialist aan de VUBl, uit de doeken doet waarom oorlog in Azië waarschijnlijk is.

Vooral als de Chinese economische groei stokt, verwacht Holslag in Azië een nationalistische spiraal die in geweld uitmondt.

Terecht zegt hij dat het naïef is te denken dat we met China niet het klassieke machtsconflict tussen de opkomende en de heersende macht zullen meemaken – de Chinezen zelf spreken zelfs over een paradigmawissel van de “vreedzame opkomst”, omdat China alle belang heeft bij vrede. Hoezeer dat ook het geval mag zijn, zo argumenteert Holslag, toch hopen de spanningen tussen China en zijn buurlanden (en bondgenoot de VS) zich op. Omdat China economisch te weinig overlaat voor zijn buren, en “verloren” gebieden als Taiwan echt terug wil.

Vooral als de Chinese economische groei stokt, en China daardoor onvoldoende zal investeren in en importeren uit de buurlanden, verwacht Holslag in Azië een nationalistische spiraal die in geweld uitmondt. Dat is mogelijk, maar met zijn enorme spaarpot beschikt China tevens over de middelen om dat te vermijden.

  • De ambities van China. Een volk gevangen tussen aspiratie en autoriteit door Evan Osnos is uitgegeven door De Bezige Bij. 475 blzn. ISBN 978 90 234 9375 4
  • De rode miljardair. Hoe Jack Ma met Alibaba de wereld wil veroveren door Hans Moleman is uitgegeven door Lias. 222 blzn. ISBN 978 90 8803 060 4
  • China’s Coming War with Asia door Jonathan Holslag is uitgegeven door Polity Press. ISBN 978 0 7456 8824 4

     

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur